16-06-08

de kwijlende vrouwen van Anderlecht

“Ik voetbalde voor het mooie shirt van Anderlecht. Het prachtige “mauve”. En voor Mijnheer Contstant Vanden Stock en Mijnheer Steppé. Nooit voor het geld en ik ben Nederlander. Dat wil wat zeggen. Het allermooiste aan Royal Sporting Club Anderlecht waren de vrouwen langs de lijn. De kwijlende vrouwen van Anderlecht wilden altijd met die snelle midvoor naar bed”. De woorden van Jan Mulder op de groots opgezette viering ter gelegenheid van het eeuwfeest van Sporting beroeren een duizendtal genodigden. Robbie Rensenbrink en Paul Van Himst zijn er ook. Net als Marc Degryse, Patrick Vervoort en Jef Jurion. Clubhelden, Iconen van een volk van verschillende generaties. De stijlvolle show en het onvergetelijke maal, klaargemaakt door de grootmeester, Chef Pierre Wijnants, vervult het gezelschap met intens genoegen. Alléén het beste is goed genoeg voor Anderlecht. De VIP’s zijn talrijk. Van Goedele Liekens over Gui Polspoel tot de volledige cast van “FC De Kampioenen”. Feesten is toegelaten. Volkse chic hoort bij RSC Anderlecht. Ik beland in een polonaise tussen Minister Guy Vanhengel en voormalig politiek zwaargewicht Jos Chabert. Eric Thomas blijft zitten. Consensus is een Brusselse deugd. Enkele dagen later bereiken de U11 van RSC Anderlecht, de jongetjes van 1997, de halve finale van het prestigieuze toernooi “Torneo Del Futuro” in Amsterdam. De leeftijdsgenootjes van Inter Milaan, Bayern Munchen, Bayer Leverkusen worden fluweelzacht opzij gezet met een nagenoeg perfecte balans tussen inzet en techniek. Tegen Ajax wordt een achterstand krachtig goedgemaakt. De Amsterdamse trainers Michel Kreek (ex-Ajax en Oranje) en halve Belg Simon Tahamata, halen er de twee beste af na een 2-0 voorsprong. Hoogmoed komt voor de val. Hoofd opleidingen Jean Kindermans staat discreet langs de lijn. Helemaal naar Amsterdam afgezakt om de prille Brusselse hoop te aanschouwen. Ik mag, samen met idool Henk Spaan, het beste spelertje van het toernooi kiezen. Hij beslist. Artiesten als Spaan bepalen grotendeels mijn liefde voor voetbal. Ze bezitten de edele kunst van de hertaling van mijn beleving. Briljante teksten in het literair voetbaltijdschrift “Hard Gras”, de TV Programma’s “Pisa”, “Verona”, “Nieuwe Koeien” en “Studio Spaan” worden gekoesterd. Spaan is slim, lief, keurig, volmaakt voetbaldeskundig en taalvaardig. Verwondering en bewondering beheersen de dag. We vallen gelukkig voor dezelfde spelertjes. Kleine bepalende kwikzilvere kunstenaartjes met lef. De “7” van Leverkusen met de welklinkende Italiaanse naam. Het mini-Boussoufaatje van Ajax. De spelmaker van Internazionale dichten we liefdevol een grote toekomst toe. Spaan is helemaal gek van de “11” van paarswit. Een speelse linksbuiten met Braziliaanse roots. De term (en de positie) “Linksbuiten”  is waarschijnlijk door een Nederlander uitgevonden. Robbie Rensenbrink, Coen Moulijn, Rob Witschge en Arjen Robben. De dag nadien spoed ik me met gezin en vrienden naar Brussel voor de bekerfinale. De geluidsinstallatie laat het afweten, het volkslied gaat half de mist in, “Olufade” verschijnt op het scorebord met een halve “e”. De “Heysel” is nooit het Koning Boudewijnstadion geworden. Het is krom en zal het blijven, de vervelende atletiekpiste wordt gelukkig weggezongen door Buffalo’s en Sporting boys and girls. Het hakje van Boussouffa en de balbeheersing van khalilou Fadiga maken de middag onvergetelijk. Het “prachtige mauve” van RSCA kleurt de straten, van de kwijlende vrouwen is géén spoor meer. De snelle midvoor is al naar huis.        

20:42 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

15-02-08

DE ZONEN VAN DE ZEE

Ik houd van Oostende. Brussel in het klein. Ik pleeg er wel eens een weekend door te brengen met vrouw en kinderen. Telkens ik het rond punt oprijd aan de rand van de koningin der badsteden, moet ik aan Laurent Verbiest denken. Hij verloor er op zesentwintigjarige leeftijd zijn begenadigd leven.  Auto ongeluk. Verbiest is, volgens de overlevering, de meest sierlijke achterspeler van RSC Anderlecht ooit. “Lorenzo” was het prototype van de Sinibaldi-speler. Technische lefgozer. Altijd voetballen. Volgens Albert Roossens, destijds zijn voorzitter, speelde de Oostendenaar zoals Beckenbauer. Hij zou Alberto Di Stefano ooit zoek gespeeld hebben. Generatiegenoot Richard “De Hazewind” Orlans bevestigt zoveel lof. Orlans vervoegde RSC  Anderlecht op de gezegende leeftijd van 31 jaar. De rasechte Gentenaar belandde bij Anderlecht omdat hij jaren voordien een van de beste gastspelers van paarswit was. In juni 1956 vergezelde hij Sporting als A.R.A La Gantoise speler op een 22-daagse voetbaltrip. Paarswit speelde gastwedstrijden in Helsinki, Leningrad, Moskou, Kiev en Boekarest, om via Boedapest en Praag terug te keren. In volle koude oorlog. Orlans was in de vorm van zijn leven maar keerde na de exhibitiewedstrijden braafjes naar de Gentse stal terug. Vijf jaar later zou het wel lukken. En hoe. In een volgepakt Heizelstadion (64.694 toschouwers) schakelde paarswit, met Orlans, eerst de Europese Grootmacht Real Madrid uit, daarna C.D.N.A. Sofia om na de winterstop uitgeschakeld te worden tegen Dundee United. Toch zijn de jaren zestig synoniem voor de bevestiging van de ziel van paarswit: dwingend, technisch en aanvallend voetbal. Frans voetbal. Het voetbal van Pierre Sinibaldi. De Corsicaan, destijds trainer van de Luxemburgse nationale elftallen, werd aanbevolen door Albert Batteux, de coach van Stade Reims en de Franse Nationale ploeg. Sinibaldi zou als geen ander zijn stempel op de club drukken. Zes jaar lang. De method was even eenvoudig als duidelijk: talent zo jong mogelijk aanwerven en polijsten naar de huisstijl door een leger begaafde trainers, meestal ex-internationals. Paul Van Himst is het prototype van de Anderlechtse jeugdschool. Van Himst bood zichzelf aan, andere werden elders opgespoord. Tot ver buiten Brussel. Oostendenaars Wilfried Puis en Laurent Verbiest. Zonen van de zee. Orlans was een uitzondering op Sinibaldi’s zienswijze. Hij versterkte als oudere de bende jonge veulens en ontfermde zich over de twee kustjongens. De Gentenaar was de trotse bezitter van een eigen wagen, een anthracietkleurige Mercedes 180. Roossens had die voor een goed prijsje kunnen regelen. Hoewel de Anderlechtspelers destijds al goed betaald werden vergeleken met andere eersteklasseclubs, kregen jongelingen Puis en Verbiest een eersteklasse treinabonnement. De gewiekste straatjongens kochten een tweedeklasse abonnement, staken het verschil op zak, spoorden naar Gent en reden met Orlans naar Brussel. Na enkele maanden vroeg Orlans het duo een financiële bijdrage te leveren aan de benzinekosten. Puis betaalde onmiddellijk. Verbiest deed alsof zijn neus bloedde. Orlans herhaalde zijn vraag nog een keer met de dreiging dat Verbiest op zijn eentje naar huis moest zien te geraken. Zo gezegd, zo gedaan. Na de training reed Orlans zonder omkijken weg, met de bedremmelde Puis naast hem. Verbiest trok zich daar allemaal niets van aan en nam de trein naar Oostende, zonder couponnetje. Hij werd gepakt. Richard Orlans moet er nog steeds om glimlachen. “Verbiest was wereldklasse. Een brutaaltje” vertrouwt hij me toe “een lieve jongen, misschien een van de beste waar ik ooit mee speelde. Toen ik vernam dat hij verongelukt was, kon ik er niet bij. Ik was er kapot van. Zo jong. Wat een carrière zou hij niet gehad hebben?”.Vincent Kompany zou nog het meest op Verbiest lijken. Jammer dat hij op twee februari 1966 de trein niet nam.

20:47 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

02-09-07

ANDERLECHT A PARIS (verschenen in De Morgen van 31 Augustus 2007)

  De allereerste finale, verloren van Arsenal, (1971) is aan mij voorbijgegaan.De andere internationale triomfen heb ik bewust mogen meemaken, meestal ter plekke, live, samen met duizenden gelijkgestemden. Anderlecht, de top van Europa. Het is niet eens zo lang geleden. Wie dertig plus is, het voetbalspel liefheeft, voor of tegen RSCA is, weet en erkent het. Anderlecht heeft een beter palmares dans pakweg Chelsea. Constant Vanden Stock als stijlvolle Belgische versie van Roman Abrahamovic van de vorige eeuw. Ik was tien in 1976 toen Swatje Vanderelst – Mister Europe -  het West Ham van Frank Lampard senior wegtikte in het Heizelstadion, mijn achtertuin. De eerste Europese titel van mijn geliefd RSCA en de eerste overzeese hooligans in Brussel. De eerste internationale prijs van een Belgische club. Een jaar later, bittere tranen, roemloze ondergang tegen Hamburger SV. De verdomde Felix Magath en Kevin Keegan. De daaropvolgende finale, 1978, was de mooiste.  Robbie Rensenbrink en Gilles Van Binst vernederden de Pruisen uit Wenen, Austria, in het Parc Des Princes, heropgebouwd na baldadigheden van tuig uit Leeds het jaar voordien. Parijs ‘78 staat op mijn shortlist van mooiste en meest intense Sporting herinneringen. Ik was erbij, zwaaiend met vlag en wimpel, extatisch opgewonden, achter de moeder van rechtsback Jean Thissen. De dagen voor de wonderlijke finale dag vochten we om Rensenbrink te “zijn” op de speelplaats van het Atheneum van Koekelberg. Een boogscheut van de woonplaats van wijlen Raymond Goethals. “Anderlecht à Paris, le plus beau jour de ma vie” (op de tonen van een levenslied van Edith Piaf) werd tot in Parijs gezongen. Een wekenlange roes. De trip naar de lichtstad was een geschenk voor mijn plechtige communie. Drie Europa Cup finales op rij. Intussen haalde Anderlecht nog wat Supercups binnen, tegen Liverpool – dat Brugge geklopt had - en Bayern München. De jaren zeventig, toen Anderlecht op woensdagnamiddag, wegens géén verlichting, in het Oostblok moest voetballen tegen exotische traditieclubs als Carl Zeiss Jena en Steaua Bucarest, de club van vader Stoica en Lacatus. Alléén, getooid met mijn sjerp, in de living in het ouderlijke huis in Jette naar Sporting-ver-van-huis kijken en hopen. De seventies, Europees voetbal zonder shirt reclame. De serie finales werd in de jaren tachtig opgevolgd door nieuwe. De UEFA Cup tegen Benfica (1983) of de glans van Juan Lozano en het opportunisme van Kenneth Brylle voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik hoop dat ik nooit aan Alzheimer zal leiden. Tottenham Hotspur 1984 was pijnlijk. Ik zal, ondanks het leed, het hem nooit kwalijk nemen. De gemiste strafschop van Arnor Gudjohnsson. Anderlecht schakelde onder De Mos Barcelona uit, getraind door die andere betweter Johan Cruijff om te eindigen met een ietwat vergeten en verloren finale in Göteborg tegen Sampdoria Genoa. Het tijdperk van Vialli en Mancini, Versavel, Degryse, De Wilde en Emmers. Sporting en Europa, a match made in heaven. Het Internationale debuut van de piepjonge Luc Nilis, in het Olympia stadion. Het fluwelen doelpunt van Vincenzo Scifo tegen Nottingham Forest. Van die ref en die lening weet ik niets meer. RSC Anderlecht, assertief, stijlvol en hoofdtsedelijk. De introductie van de Champions League waar RSCA van in het begin bij mocht zijn. Méér dan deelnemen en enkele uitschieters zat er niet in. De bal tegen de lat van Johan Walem, thuis tegen AC Milan. De zegetocht in 2001, nog steeds als enige club de tweede ronde bereikt van het kampioenenbal. Shmeichel en Beckham met schaamrood terug Manchester gestuurd, Youla, de huurling van Lokeren, en zijn beslissend doelpunt in Eindhoven. Het doelpunt van Thomas Radzinski tegen Lazio Roma. Leeds United bleek te sterk voor paarswit in de historische tweede ronde, een geniale Alin Stoica ten spijt. Leeds is bankroet en speelt vandaag in de Engelse derde klasse. Het leed van Europees voetbal. Zoals de uitschakeling thuis, tegen KV Mechelen. De nietige Hongaren van Ferencvaros luidden de zwanenzang in van trainer Herbert Neumann, de rare Duitser. Het 6-1 verlies in Bernabeu. De rots van Dinant, Jacky Munaron, beweert vandaag nog steeds dat het volledige elftal vergiftigd werd door de Spaanse koks. De heenwedstrijd, thuis in het, toen nog, Emile Versé stadion eindigde op 3-1. Michel, Stieleke en Butragueno in Brussel weggespeeld. De recente nul op achttien is een schande maar géén trauma. Twee dagen na Fenerbahçe kan ik er nog steeds niet bij. Géén Champions League, het seizoen dat de koninklijke uit Brussel honderd jaar bestaat. Fenerbahçe. Wat heeft dat ooit gewonnen? Het meest ergerlijke is de budgetten vergelijking. Moeten we huiveren van grotere budgetten? Het houdt géén steek. Het slijt al. Ajax ligt er ook uit en Juventus speelde vorig jaar in de Serie B. Overwinteren in de UEFA cup en kampioen spelen.RSCA moet in stijl haar tweede eeuw in.          

22:11 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

De Ballenjongen van RSCA

Cedric De Groote van nieuwkomer FCV Dender is met 1m75 de kleinste speler van de club. What’s in a name? Het andere blauwzwart scoorde na twee speeldagen drie doelpunten. De zoon van Eric Gerets, de Leeuw van Luik, is een van de drie doelpuntenmakers. Johan Gerets werkte prachtig af thuis tegen GBA, in eigen doel. Zo vader, niet de zoon. Dender trainer Jean-Pierre Vandevelde heeft ooit voor Standard Luik en Anderlecht gevoetbald. Méér valt er over de debutant in de Belgische voetbalelite niet te vertellen. Een vogel voor de kat. Dender SV is de zoveelste sympathieke club die na enkele verliespartijen snel zal gaan vervelen. Volgend seizoen zijn we met z’n allen vergeten dat ze ooit in “eerste” voetbalden. Alléén de huidige kernspelers en hun kleinkinderen hebben er wat aan. SV Dender is een irritante speling van het lot. Ze doen me denken aan Hollandse clubs als Cambuur Leeuwaarden en FC Omniworld, aan het Franse FC Gueugnon, het Italiaanse Monza en het Engelse Crewe Alexandria. Allesbehalve voetbalelite. Dender in de Jupiler League is als de Bermuda Islands op het Wereldkampioenschap.  Een club van ballenrapers. Ballenrapers zijn esssentieel voor topvoetbal. Laatst ging ik kijken naar RSC Anderlecht tegen Sporting Lokeren Oost-Vlaanderen, ondanks de wereldse voetbalman Georges Leekens, even artificieel als Surimi in de Noordzee. Haal de mecenas en bandengigant Lambrecht weg en Lokeren voetbalt in derde. Soit. Ballenrapers. Lokeren kwam om niet te verliezen. Het hoofdvak der Belgen. Geen erg. Het slopingswerk loonde. Méér dan twintigduizend paarswitte supporters betalen een fortuin om elftallen als Lokeren te zien verdedigen. Dat verdedigen is niet het punt, wel het tijdwinnen. Boubacar Copa, de bezoekende keeper, kon bij elke uittrap méér dan twee minuten tijd stelen. Er waren immers géén ballenrapers in het Constant Vanden Stock stadion.   Daniel Passarella, beenharde leider van het Argentinië van 1978 en de eerste Argentijn die ooit de wereldbeker in handen had, speelde twee jaar voor FC Internationale Milano (1986 -1988). “El Capitan” speelde ooit een sleutelwedstrijd  in een vol San Siro, tegen  erfvijand en stadiongenoot AC Milan. Omdat hij de bal niet snel genoeg kreeg van het Milanees ballenjongetje schopte hij hem krachtig de lucht in. Moord en brand werd geschreeuwd in de voetbalgoegemeente. Ten onrechte. Wat bezielde dat kliertje? Daniel Passarella had gelijk. Het gaat om topvoetbal.De schande van Lokeren. Géén ballenjongens? Miljoenen aan transfers uitgeven maar een essentieel detail uit het oog verliezen, de ultieme tempo bepalende schakel van een wedstrijd uitschakelen: de ballenraper, de dertiende macht van elk thuiselftal. Anderlecht wil aansluiting met de Europese top. Toch een optie nemen op Cédric De Groote volgend seizoen. Als ballenjongen. Hij is er groot genoeg voor. 

22:03 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

17-06-07

TIJD VOOR VERANDERING

 

Ik kick af. Een leven zonder voetbal is aangebroken. Ik lijd. De permanente queeste naar voetbalnieuws moet de leemte opvullen. Wij, de grote massa voetbalwezen, moeten het stellen met nietszeggende berichten. Zsoltan Petö verlengt zijn contract bij FC Brussels, net als zijn collega brandweerman/keeper Patrick Nys die in augustus zijn 192ste seizoen in Molenbeek zal aanvatten. Nys vist. Dit jaar trekt hij naar Ierland, hij zal er een week lang zijn hengel uitwerpen op rivier de Shannon. Keepers zijn eigenaardig. Profvoetballers opteren meestal voor volstrekte ledigheid aan Turkse en Spaanse stranden omgeven door vrouwelijk en ander schoon. Altijd al profvoetballer willen worden.

Union St Gilloise zag haar bestuur en haar trainer vertrekken. Fc Brussels zoekt, na een mislukte poging van grote broer RSC Anderlecht, toenadering tot de Unionisten. Union en FC Brussels. Van hetzelfde laken een pak. Sympathiek en traditioneel. Twee lokale clubs met talloze onzichtbare supporters. Zij verplaatsen zich zich zelden of nooit naar het stadion. Naar het schijnt zijn alle echte Bruggelingen voor Cercle. Brugge is blijkbaar niet erg groot.

Het uitpluizen van de transfergeruchten verzacht de pijn veroorzaakt door een gebrek aan echt voetbal. Komt de assertieve straatjongen François Sterchele naar het Astrid Park? Ik hoop het. Ook de Georges Leekens saga beroert heel even de voetbalgemeenschap. De  oude politieke cultuur is weer helemaal terug.

Ach, het is allemaal gemorrel in de marge. Zoals uil op de lat van nationale doelman Stijnen in Finland. Komisch, net als de prestatie. Nog even en en we belanden in de pot van San Marino, Andorra en Lichtenstein. Dat kan zelfs de nakende staatshervorming niets aan veranderen. Ik mis het stadion, de spelers, de sfeer, de stadionvrienden, de pinten, de euforie en de teleurstelling.  

Gelukkig zijn daar twee Brusselse toppolitici. Anderlechts oppositielid Walter Vandebossche (CD&V) schoot de hoofdvogel af. Nadat hij eigenhandig 2377 handtekeningen verzamelde om de grootste club van het land een nieuw broodnodig stadion te ontzeggen in zijn eigen gemeente, eist hij nu dat RSCA in het Astrid Park blijft. Hij stelt “(...) (dat) de club in het centrum moet blijven. Niet alleen de handelaars, maar ook de lokale bevolking kan zich geen Anderlecht inbeelden zonder voetbalclub in het Astridpark!”. Eerst contra de uitbouw, dan pro, weliswaar op een plek waar uitbreiding onmogelijk is. Deze boodschap wordt gelukkig niet opgepikt door pers. VDB heeft ooit een rol gespeeld in het Brussels “volkstejoeter”. Blijkbaar een goede leerschool als entertainer. De optie “normbesef” zat niet in het lessenpakket.

De andere die voor kortstondige voetbalopwinding zorgde is Alain Courtois, MR kamerlid, nu officieel op WK kruistocht. Hij wil het WK 2018 naar de Benelux halen. Courtois vormt tandem met reality tv ster Jean-Marie Pfaff. Naar verluidt is Pfaff ooit keeper geweest. Dat UEFA voorzitter Michel Platini het olijke duo geen schijn van kans geeft kan hen niet deren. Hoogmoed of gezonde ambitie? We zullen wel zien. Ik wil Walter, Alain en Jean-Marie danken voor de kortstondige verstrooing.

Het is hoog tijd voor verandering.

 

 

22:25 Gepost door David Steegen in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

13-05-07

Kampioen

29

17:35 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: rsca |  Facebook |