08-12-07

JOHAN VERMEERSCH

Wijlen Albert De Meester was betonboer en een van de markantste Voorzitters van AA Gent. Een kleurrijk man. Bij aanvang van zijn voorzitterschap kende hij het verschil niet tussen handbal en voetbal maar dat duurde niet lang. In 1977 vig hij een glimp op van Cruyff en Neeskens bij FC Barcelona (1977). Zelfs de voetbalonkundige De Meester begreep onmiddellijk dat het duo uitzonderlijk was. Hij besloot hen naar de Artevelde stad te halen. Na een kort gesprek met de manager zag hij af van die ambitie. Eén miljard oude Belgische Franken was, zelfs voor De Meester, iets te hoog gegrepen. Albert De Meester was een doener en een natuurlijke leider. Een patron van de oude stempel. Gedreven door clubliefde en een ongebreideld ego, gebruikte hij zijn bijna mateloos wit en zwart fortuin om van de Buffalo’s een topclub te maken. De Meester stond aan het roer van blauwwit 1976 tot 1984. Het verhaal gaat dat hij zijn jaguar tijdens trainingen op de middenstip parkeerde. Trainer en spelers wisten niet wat ze hiermee aan moesten en dribbelden geruisloos angstig rond de slee. Hij bemoeide zich met alles. Niemand sprak hem tegen. Ooit sprak hij de spelers toe in de kleedkamer. Mijnheer Albert was woedend en brulde heel Gent bij elkaar. Zo luid dat trainer Robert Goethals verschrikt wegrende, zo hard dat het plafond van de kleedkamer naar beneden donderde. Letterlijk. Andere tijden. Ook de voetballers verschilden. Harde mannen uit een stuk, het kaf werd snel van het koren gescheiden. Op natuurlijke wijze. De groep corrigeerde voortdurend. Ellenlange psychologische praatsessies waren onbestaand. Weerbare mannen. De rangorde was duidelijk. De Voorzitter van de capo di tutti capi, gevolgd door de trainer en de spelers. Kleedkamerverhalen bleven waar ze hoorden, binnenskamers. De Meester kwam ooit voor een belangrijke wedstrijd de kleedkamer binnen. Hij stak vier vingers in de lucht met de mededeling dat elke speler op vierduizend frank kon rekenen bij winst. Aad Koudijzer, de mondige Nederlander, vroeg hem of hij kramp had in zijn duim. De Meester gaf toe. Vijfduizend frank. Hij hield van zijn voetballers. Journalisten waren destijds de bondgenoten van het voetbal. Het “nieuws” was ondergeschikt aan de liefde voor de corporatie. Er werd wel eens iets gelekt, natuurlijk wel. Maar het bleef binnen de perken. De corpulente De Meester werd de klok rond bijgestaan door Jules Verwee, manager avant-la-lettre. Wanneer een veter van De Meester’s schoen loskwam, siste de Voorzitter: “Verwee, knoop dat eens vast”. Wat prompt gebeurde. De Verwee’s van vandaag zouden een rechtzaak aanspannen, of tenminste het gebeuren lekken. Johan Vermeersch, de bullebak van FC Brussels, voetbalde voor De Meester. Hij is, tot vandaag, zijn groot voorbeeld.

21:22 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fc brussels |  Facebook |

02-09-07

FC BRUSSELS

Lokale Verankering is het leitmotiv van FC Brussels. De band met  Brussel wordt inniger.  Als we niet opletten wordt de Meybuum binnenkort gepland op het kruispunt van de Mettewie met de Gentse Steenweg. Voorzitter Johan Vermeersch haalde alvast een man uit eigen gouw binnen. De nieuwe assistent is Brusselser dan Manneken Pis, de tiende bol van het Atomium. Bovendien is Eddy de Bolle cosmopoliet. Afrika, méér bepaald Ivoorkust, is zijn specialiteit. Hij werkte jarenlang voor Beveren. De man van Sint-Agatha Berchem kan ten allen tijde inspringen indien de Fransman zou (moeten) vertrekken. Eddy is een kampioen, met RWDM in 1975. Hij voetbalde ook voor Anderlecht. De Bolle zou moeten overnemen in oktober, waarschijnlijk al september. Die andere ket, Kapitein Haydock, in Ukkel geboren, is na een lange blessure verrezen. Ze zijn zeldzaam, de Haydocks van deze wereld. Mannen uit een stuk, gedreven door trots, wilskracht en dankbaarheid voor het mooiste beroep ter wereld. Alan Haydock geeft zich eerstdaags op voor een managementsopleiding aan de Vlerick hogeschool. Hij zal slagen.    Alan Haydock zal berekenen dat, als één honderste van het miljoen Brusselse inwoners een seizoenskaart neemt, FC Brussels dan bijna volmondig Brussels genoemd kan worden. Tienduizend bovenop de huidige tweeduizend abonnees. Hoe mooi zou dat niet zijn? De BXL Boys XXL. Ellelange files op de kleine en grote ring op wedstrijddagen. Europees voetbal. Eerst intertoto, dan UEFA en daarna méér. Wie weet? Binnen enkele jaren doemen de eerste petities op van verzuurde buurtbewonders, grimmig protesterend tegen zoveel voetbaloverlast. Ik kan spontaan een beeld oproepen van Johan Vermeersch, intussen grijzer en ronder geworden, gewichtig geflankeerd door sportieve en commerciële directeurs, assertief schrijdend, op weg naar een audientie bij de Brusselse gezagsdragers om een visionair futuristisch stadionproject te bespreken. De nationale en internationale camera’s zijn erbij, de lokale hadden zich helaas van dag en uur vergist. Het stadion met uitschuifbaar dak, inschuifbare atletiekpiste – FC Brussels is een omnisportverenging geworden -, Olympisch Zwembad naast de kleedkamers, een sporthal onder de tempel en een modern kantorengeheel annex winkelcentrum aan zuid- en noordzijden wordt besproken. Alternerend voetballen in een gezamenlijke voetbaltempel met broer Anderlecht, in Schaarbeek, wordt briesend van tafel geveegd. Ook Union wil hulp bieden. De goede bedoelingen uit Vorst (of is het Sint-Gillis?) worden stilzwijgend weggegeeuwd. Vermeersch dreigt. Hij oppert een verhuis naar het buitenland, de Natie Vlaanderen (NV). De N.V. is, na twaalf staatshervormingen en evenveel hevige schermutselingen in de straten van Brussel, inmiddels onafhankelijk geworden. De jongens van de Brusselse harde kern zijn woedend en draaien, bij wijze van protest, hun rug vernederend lang naar de eretribune tijdens een thuismatch tegen de ambitieuze fusieclub FC GAG (Groot Antwerpen Germinal). Ze heffen een Brusselse versie van de Marseillaise aan. Bart De Wever, Minister-President-Generaal-der-Natie-Vlaanderen, zit naast Johan Vermeersch in de eretribune. Hij kan het tafereel niet smaken en verlaat misnoegd het stadion. Op de (te kleine) parking moet hij uren wachten voor hij kan vertrekken. Het hoofd der parkingwachters, officieel “fleet parking manager”, de kleinzoon van Eddy De Bolle, weigert grijnzend de nummerplaten van de blokkerende auto’s af te roepen. FC Brussels blijft in Brussel. Voor altijd. Toch eerst even de werkelijkheid trotseren, Nul op Zes. Punten pakken en de witte merel, Pavel Fort, spelgerechtigd krijgen. De tijd dringt.

22:01 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fc brussels |  Facebook |

19-04-07

Kapitein H.

Sommige voetballers zijn voor eeuwig verbonden met één enkele club. Een kleine greep uit de lange “één man=één club” lijst: Jacques Teugels en RWDM, Alessandro Del Piero en Juventus, Sandro Mazzola en Internazionale, Jan Ceulemans en Club Brugge, Jean Janssens en Beveren, Roy Keane en Manchester United, Puskas en Real Madrid, Frank Lampard en Chelsea, Franco Baresi en AC Milan, Willem Van Hanegem en Feyenoord, Steve Dugardeyn en Moeskroen, Beckenbauer en Bayern München, Eric Gerets en Standard en Guy Marchoul en RSC Anderlecht. Stuk voor stuk clubiconen die, al voetbalden ze ooit elders – wie weet er nog dat Ceulemans en Marchoul voor Lierse hebben gespeeld? -,  voor immer de ziel van één enkele vereniging uitdragen. Uitzonderingen bestaan. Johan Cruyff en Hugo Broos. De eerste belichaamt zowel Ajax als FC Barcelona, “mas que un club” (méér dan een club). Cruyff is ook méér dan een voetballer. Hendrik Johannes Cruyff pleegde hoogverraad, na een ruzie over centen (tiens?), door Amsterdam in te ruilen voor Rotterdam in 1984. Hij leidde Feyenoord naar de dubbel. Maar dat is iedereen vergeten. De tweede, Humbekenaar Hugo Broos, is er ook in geslaagd zijn naam aan twee verenigingen te verbinden. De echte supporters - met veel voetbalcultuur - van Club Brugge en Anderlecht horen hem in hun armen te sluiten.

Ze worden schaars, de clubspelers. Het Bosman arrest. Bij Cercle Brugge heb je Dennis Viaene lopen, STVV heeft Delorge en Zulte Waregem Ludwin Van Nieuwenhuyze.

Stuk voor stuk trouwe clubsoldaten.

De ultieme clubspeler voetbalt echter in Brussel. Hij scoort bij zijn debuut voor RWDM, in ’95 tegen AA Gent. De negentienjarige blonde krijger verovert de harten van de BXL boys, de harde kern, door zijn bijna kinderlijke euforie uitsluitend met hen te delen. De meesten “eerste doelschutters” lopen meestal naar vader, moeder en, indien beschikbaar, naar de hoogblonde vriendin. In 2000 degradeert RWDM. De jonge belofte is er het hart van in. Zijn oprechte huilbui siert de nationale sportpagina’s. Mooi, huilende voetballers. Aan zijn ongeluk komt geen einde. Een zekere Freddy Smets – wat is daarvan geworden? – zet hem bij het huisvuil. Hij tekent een contract bij La Louvière, geleid door die andere oprechte voetbalman uit Diegem, Ariel Jacobs. Samen winnen ze de beker van België. Johan Vermeersch kan het niet meer aanzien en haalt zijn poulain terug naar de Charles Malisstraat waar intussen FC Brussels voetbalt. Alan Haydock is door het dolle heen. Terug thuis. Voor altijd. Zonder Kapitein Haydock draait het niet bij FCBrussels. Duizend bommen en granaten.

21:26 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alan haydock, fc brussels |  Facebook |