16-06-08

SAN MARCO

Een grote groep Nederlanders, verkleed als Zeeuwse meisjes, zingt “Luca Toni is homo” uit volle borst. “Wie is hier nu homo?” denk ik. Bern kleurt helemaal Hollands. Het doet pijn aan de ogen. De carnaval van de eendracht. Enkele verloren gelopen Italianen schrijden voorzichtig, immer elegant door de dichte drommen aangeschoten Nederlanders. Op de hoek van het hoofdplein van het prachtig Zwitsers stadje staat een fluo camper met gigantische luidsprekers. André Hazes, Corry en de rekels, Hollenboer en René Froger schallen over Bern. Het oude centrum is UNESCO werelderfgoed. Het contrast is groot. Het legioen past er als een tang op een varken. Een man met dreadlocks – een pruik - en een snor, helemaal getooid in de originele uitrusting van Oranje van het EK 1988, speelt met een bal. De enige titel die de nationale ploeg ooit binnenhaalde. De man draagt zwarte panties, het gezicht zwart geblakerd door schoensmeer. Ruud Gullit. Ik  kom niet meer bij.   Best grappig allemaal. Tè grappig. Als vervelende purist is Voebal te mooi en te ernstig voor zoveel wansmaak. Nederland speelt straks tegen de wereldkampioen. Angst of stress is den Hollander vreemd.Marco Van Basten staat onder vuur. Oranje zou niet dwingend genoeg voetballen. Nederlanders zijn nooit tevreden. Even later gaan we eten, buiten op de binnenkoer van een Italiaans restaurant. Ver van de brulleeuwen. Ajax iconen Sören Lerby en Sjaak Swart zitten achter ons luidruchtig te dineren. Mijn dag kan niet meer stuk. Ik ben in Zwitserland op uitnodiging van een goede Nederlandse vriend. Zijn voetbalgekke zoontje Nathan en David Endt zijn er ook bij. Ik ben al jaren fan van Endt. Een begenadigd schrijver – “De godenzonen van Ajax” is een aanrader -, een minzame voetbalkenner, een vat vol anecdotes. Endt is al decennia lang de team manager van Ajax. De vertrouwensman van minstens drie generaties Ajacieden.  Van Johnny Heittinga tot Marco Van Basten. Van Basten zou kil en afstandelijk zijn? “Niets van aan” vertelt Endt. “Marco is gevoelig en leeft bijna uitsluitend voor voetbal. Toen hij trainer van de beloften was wilde hij de kleedkamers opfleuren met foto’s van oude Nederlandse voetbalhelden. Om de jonge jongens de passie, de erkenning en eerbied voor voetbal aan te wakkeren. Marco is gevoelig en een kampioen. Jammer dat hij voor Milan speelde” lacht Endt. Ik verdrink haast in zijn woorden en mooie verhalen. We delen de grenzeloze liefde voor Internazionale Milano. Sandro Mazzola is zijn idool, de mijne Matteoli, Scifo en Altobelli.  We steunen beide Italië. In het stadion aangekomen geven we ons over aan de prachtige sfeer. We werpen een blik op de spandoeken. Italië 1 – Nederland 0. “Mamma Grazie di essere Italiana” (“Bedankt moeder om Italiaanse te zijn”) staat op de ene te lezen, “Spremuta D’Orange” (“Sinaasappelsap”) op een andere. Het legioen komt niet verder dan “Woerden steunt Oranje”. Iedereen kent David Endt. Johnny Heittinga komt hem liefdevol groeten, net als Johnny Van ’t Schip de assistent coach, Carlo Ancelotti, de coach van AC Milan, slaat een kort babbeltje, Van Basten zwaait en Youri Mulder komt hem ook even begroeten. Oprechte eerbied. Ik geniet in zijn schaduw. Tijdens de opwarming slaat Cassano een babbeltje met Del Piero. Una cacchierata. Ze lachen. De Hollanders zijn gespannen, geconcentreerd. De volksliederen. Italia 2 – Ollanda 0. Gevolgd door “Siamo Campioni del mondo “ op “White Stripes”. Italia 3 – Ollanda 0. De wedstrijd dan. Een verdiende maar overdreven overwinning. Nederland – 3 – Italia 0. San Marco is een beetje Italiaan. Toch?  

20:49 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (2) | Tags: marco van basten |  Facebook |

CHELSEA - LIVERPOOL

Chelsea FC – Liverpool FC, de terugwedstrijd van de halve finale van de Champions League. De heenwedstrijd eindigde op 1-1, met een late own-goal van de Noorse Liverpool verdediger John Arne Riise. Noorse voetballers, géén enkele heeft me ooit kunnen bekoren. Ole Martin Arst zeker niet. Rosse Riise staat bekend om het uitlekken van zijn loonstrookje (120 000 euro per week) en de publicatie van naaktfoto’s ook al gelekt door een voormalig en erg kwaad lief. Chelsea staat voor de glamour van de wereldstad London. Licht arrogant, minstens zelfbewust. De club van de wereldberoemde kapper Vidal Sassoon. Self made man, rasechte Londoner. Hij geniet in Los Angeles van zijn imperium. Liverpool FC is een volksclub, vermaard om de evergreen “You’ll never walk alone”. De havenstad stond in vroegere jaren ook geboekstaafd als een oord van verderf, beheerst door dieven, ander tuig en een hoge werkloosheid. Een soort Charleroi, Napels of Marseille met een palmares. “The Reds” hebben een enorme aanhang in binnen en buitenland. Evenveel haten de club. De aversie wordt ingegeven door onoverwinnelijkheid in de jaren ’70 en het wangedrag van de fans. Vier jaar na het Heizeldrama in 1985, waar Liverpool hooligans verantwoordelijk zijn voor de dood van negenendertig gewone fans, gaat de club bijna ten onder aan de tragedie van “Hillsborough”. Het stadion van Sheffield Wednesday is op 15 april 1989 het decor van de halve finale van de FA Cup tussen Liverpool en Nottingham Forest. Op het einde van de eerste helft wordt de wedstrijd gestaakt. Honderden Liverpool fans worden verpletterd achter het doel. De politie weigert de hekken te openen. Slecht politiebeheer en het agressief gedrag (tegen henzelf) van de eigen Liverpool aanhang zorgen voor de dood van zesennegentig Liverpool supporters.Het Heizeldrama zal ik hen nooit vergeven. Drieentwintig jaar later sta ik in de “White Horse”, een pub in Fulham, met mijn goede vrienden, hopend op de uitschakeling van Liverpool. De middag begint rustig, tegen de vooravond start het gezang. Humor en traditie. “Sign on, sign on, with a pen in you hand, you’ll never get a job” (op “you’ll never walk alone”). Beide clubs spelen voor de derde maal een champions league halve finale tegen elkaar. Tot nu toe trok Liverpool aan het langste eind. We bezoeken het laatste café voor de wedstrijd. De pub waar Chelsea FC gesticht werd. De kelen worden gesmeerd met nog meer bier en gezang.Het is tijd om te gaan. Na twee uur voetbal en veel dramatiek davert Stamford Bridge op zijn grondvesten. “The Reds” druipen af. We zingen en drinken nog urenlang, in groep, verbonden door een onbeschrijfelijk en universeel stamgevoel. Dan gaan de pubs onherroepelijk dicht en belanden we in de kelder van een Italiaans restaurant. Voor ons wil de Napolitaan zijn zaak nog even illegaal open houden. Terwijl we ons laven aan bier en aan de heruitzending van de triomf op een even illegaal binnengehaalde Italiaanse onbetaalde betaalzender, genieten we van heerlijke pasta. Come a casa. Voetbal in een hoofdstad is altijd beter dan elders.   

20:47 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (1) | Tags: champions league |  Facebook |

de zinneke arena

De culturele sector geniet in Vlaanderen drie maal meer overheidsteun dan de sportwereld. Het is niet anders in Brussel. De discrepantie is fundamenteel oneerlijk. Sport, in de brede zin, beroert, zowel actief als passief, minstens duizend maal méér mensen dan de culturele sector. Ouders zijn gerust wanneer hun kinderen voetballen, hockey spelen of aan atletiek doen. Volmaakte educatieve opvang. Ik begeef me op glad ijs. Soit. Jongetjes dromen van Kakà en Ronaldinho. Meisje van Clijsers en Henin. Niet van Perceval en Shakespeare.Méér dan twintig duizend mensen zijn bereid om jaarlijks gemiddeld 300 euro te betalen om  RSC Anderlecht een seizoen lang thuis te zien voetballen. Boussouffa en Vlcek. Bedragen waar de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en de Ancienne Belgique alléén maar van kunnen dromen. Met het budget dat de Zinneke Parade jaarlijks krijgt van hogerhand – jawel, helemaal gefinancierd met uw en mijn geld – kan men op vijf jaar tijd de Rolls Royce der stadions bouwen in de hoofdstad van Europa. De Parade meandert één maal per jaar door de stad. Dit weekend kwam ik een oude schoolkameraad tegen. Na méér dan twintig jaar. Samen speelden we voetbal in de wijk en op de club, Sporting Club Union Progrès Jette. Hij liet inmiddels de hoofdstad achter zich en woont veilig in de rand. We lachten een nacht lang nostalgisch om de kleedkamer- en wedstrijd herinneringen. Die keer dat onze Brussels-Congoleze ploegmakker ons een lading porno boekjes wilde slijten. Tien frank stuk. De broers uit Sardinië, de fratelli Cubiddu, wiens vader een ijssalon uitbaatte op het Sint-Anna plein in Koekelberg, kochten de lading op. Eén voor allen, allen voor één. De authentieke Brusselse vezel. Eendrachtig in de verscheidenheid. Tijdloze verbondenheid dankzij sport. Daar kan géén toneelstuk of concert tegenop.Ons stadsgewest is ziek. De hoofdstad van Europa zal binnen de tien jaar géén UEFA Cup- noch een Champions League finale kunnen organiseren. Bij gebrek aan infrastructuur. Luik, waar de lokale overheid wèl bijspringt, zal de loef afsteken. Brussels, shame on you. De hoofdstad investeert liever in culturele activiteiten en tempels. Elitaire incest. Steeds weer hetzelfde kringetje ingewijden. De Cubiddus zijn nog nog nooit naar de KVS gegaan. Honderd vleermuizen op nog géén honderd meter van de ring, enkele volkstuintjes, een sluikstort in het Laarbeekbos en communautair getouwtrek zullen het einde van een gezellige derde provincialer inluiden. Ritterklub Jette is ten dode opgeschreven. Een club waar allochtoontjes thuis zijn – méér dan vijftig procent van het contingent jeugdspelertjes -, een gemeenschap die méér dan vijfhonderd mensen bijna dagelijks verzamelt. Ritterklub Jette is het slachtoffer van kortzichtigheid en bestuurlijke dwaasheid. Brussel is géén sportstad. We vaardigen een aantal atleten naar de Olympische spelen in Beijing af en we herbergen de grootste club van het land. Het mag niet deren. De socio-culturele VZW’s zullen steeds weer overwinnen. Was Ritterklub een theatergezelschap, het probleem zou allang opgelost zijn. Gauw een Zinneke Arena, aub. 

20:45 Gepost door David Steegen in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: voetbal |  Facebook |

de rellen van Anderlecht

Mohamed Ouahbi is de bezielende trainer en begeleider van de U11, de min-elf jarigen van RSC Anderlecht. Mohamed is onderwijzer. Pedagogie is zijn leven. De spelertjes komen van overal: Cureghem, Lokeren, Brazilië, Antwerpen, Sint Pieters-Leeuw en Molenbeek. Alle rangen en standen zijn vertegenwoordigd. Mohamed houdt van zijn missie bij Sporting Club Anderlecht. De spelertjes zijn erg gehecht aan hun coach. Zijn schoolkinderen leven in achtergestelde wijken. Ouahbi staat elk kind nauwgezet met raad en daad bij. De opvoeder is duidelijk. Streng en zacht wanneer het moet. Duidelijkheid en rechtlijnigheid primeren. De kinderen zijn dol op hem. Jerôme Nzolo kwam twaalf jaar geleden aan in ons land. Hij studeerde hier af aan de Universiteit en maakte op korte tijd carrière in de scheidrechtergilde. Nzolo is een gewaardeerde opvoeder van moeilijke jongeren in de hoofdstad. Hij vocht tegen alle raciale vooroordelen, de eerste kleurling die de elite bereikte. Nzolo is vorige maand voor de tweede maal op rij uitgeroepen tot scheidsrechter van het jaar. Marouane Fellaini is Brusselaar, van Marokkaanse oorsprong en voelt zich Belg. Kampioen met Standard Luik. Marouane had in Brussel een ander pad kunnen volgen. Vader hield hem kort en onderwierp hem een haast spartaanse opvoeding. Marouane Fellaini wordt een hele grote, de Belgische voetbalhoop in bange dagen.Vincent Kompany. Opgegroeid aan het Noord Station. Doorzettingsvermogen, intelligentie en goede ouders stuwen hem naar de top. Kompany zal hoogstwaarschijnlijk voor Arsenal, de absolute top in Europa, spelen. Dilmurat en Mourad kwamen nog géén vijf jaar geleden in België aan. De ene uit Kirgizië, de andere uit Kazakhstan. Zonder geld en vooruitzichten. Economische vluchtelingen. Ze spraken en begrepen bij aankomst géén benedijd woord Nederlands en Frans. Vandaag hebben beide een job, oefenen ze een “knelpuntberoep” uit en de kinderen gaan plichtsbewust naar een Nederlandstalige school. Het duo is er inmiddels in geslaagd om zich in beide landstalen uit te drukken. Mede dankzij het voetbal, ze spelen bij de veteranen van Ritterklub. De taalkennis is niet perfect maar voldoende om een sociaal leven uit te bouwen, persoonlijk- en gezinsgeluk na te streven en een degelijke toekomst aan hun nageslacht te bieden. Mourad en Dimurat volgen de regels van het spel. Ze doen hun best, de autochtonen doen de rest. Als geboren en getogen Brusselaar laaf ik mij aan de verscheidenheid van de hoofdstad. Ik onderga ze ook. Zoals velen. Gratuit gekraste auto’s, inbraken, vandalisme en pesterijen van hangjongeren- en kinderen maken het leven van velen zuur. Ouahbi, Fellaini, Kompany, Nzolo, Dilmurat en Mourad hebben het niet makkelijk gehad. Sport, opvoeding en hun sterke persoonlijkheden hebben de weg gewezen. Ze vertegenwoordigen een meerderheid.  De rellen in Anderlecht hebben niets met voetbal te maken, noch met “geviseerde allochtonen”. Die bestaan niet meer. Het zijn Belgische deliquenten zonder referentiekader. De rellen zijn veroorzaakt door een banale wraakactie van het zoveelste straatincident, ingezet door twee kinderen van tien en elf jaar.   De overheid, de sport- en culturele wereld scheppen genoeg voorwaarden om hen uit de miserie te helpen.  Zoals volksvertegenwoordiger en ervaringsdeskundige Fouad Ahidar het stelde net na de ongeregeldheden: “waar waren de ouders?”Ahidar heeft gelijk.        

20:44 Gepost door David Steegen in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de rellen |  Facebook |

de kwijlende vrouwen van Anderlecht

“Ik voetbalde voor het mooie shirt van Anderlecht. Het prachtige “mauve”. En voor Mijnheer Contstant Vanden Stock en Mijnheer Steppé. Nooit voor het geld en ik ben Nederlander. Dat wil wat zeggen. Het allermooiste aan Royal Sporting Club Anderlecht waren de vrouwen langs de lijn. De kwijlende vrouwen van Anderlecht wilden altijd met die snelle midvoor naar bed”. De woorden van Jan Mulder op de groots opgezette viering ter gelegenheid van het eeuwfeest van Sporting beroeren een duizendtal genodigden. Robbie Rensenbrink en Paul Van Himst zijn er ook. Net als Marc Degryse, Patrick Vervoort en Jef Jurion. Clubhelden, Iconen van een volk van verschillende generaties. De stijlvolle show en het onvergetelijke maal, klaargemaakt door de grootmeester, Chef Pierre Wijnants, vervult het gezelschap met intens genoegen. Alléén het beste is goed genoeg voor Anderlecht. De VIP’s zijn talrijk. Van Goedele Liekens over Gui Polspoel tot de volledige cast van “FC De Kampioenen”. Feesten is toegelaten. Volkse chic hoort bij RSC Anderlecht. Ik beland in een polonaise tussen Minister Guy Vanhengel en voormalig politiek zwaargewicht Jos Chabert. Eric Thomas blijft zitten. Consensus is een Brusselse deugd. Enkele dagen later bereiken de U11 van RSC Anderlecht, de jongetjes van 1997, de halve finale van het prestigieuze toernooi “Torneo Del Futuro” in Amsterdam. De leeftijdsgenootjes van Inter Milaan, Bayern Munchen, Bayer Leverkusen worden fluweelzacht opzij gezet met een nagenoeg perfecte balans tussen inzet en techniek. Tegen Ajax wordt een achterstand krachtig goedgemaakt. De Amsterdamse trainers Michel Kreek (ex-Ajax en Oranje) en halve Belg Simon Tahamata, halen er de twee beste af na een 2-0 voorsprong. Hoogmoed komt voor de val. Hoofd opleidingen Jean Kindermans staat discreet langs de lijn. Helemaal naar Amsterdam afgezakt om de prille Brusselse hoop te aanschouwen. Ik mag, samen met idool Henk Spaan, het beste spelertje van het toernooi kiezen. Hij beslist. Artiesten als Spaan bepalen grotendeels mijn liefde voor voetbal. Ze bezitten de edele kunst van de hertaling van mijn beleving. Briljante teksten in het literair voetbaltijdschrift “Hard Gras”, de TV Programma’s “Pisa”, “Verona”, “Nieuwe Koeien” en “Studio Spaan” worden gekoesterd. Spaan is slim, lief, keurig, volmaakt voetbaldeskundig en taalvaardig. Verwondering en bewondering beheersen de dag. We vallen gelukkig voor dezelfde spelertjes. Kleine bepalende kwikzilvere kunstenaartjes met lef. De “7” van Leverkusen met de welklinkende Italiaanse naam. Het mini-Boussoufaatje van Ajax. De spelmaker van Internazionale dichten we liefdevol een grote toekomst toe. Spaan is helemaal gek van de “11” van paarswit. Een speelse linksbuiten met Braziliaanse roots. De term (en de positie) “Linksbuiten”  is waarschijnlijk door een Nederlander uitgevonden. Robbie Rensenbrink, Coen Moulijn, Rob Witschge en Arjen Robben. De dag nadien spoed ik me met gezin en vrienden naar Brussel voor de bekerfinale. De geluidsinstallatie laat het afweten, het volkslied gaat half de mist in, “Olufade” verschijnt op het scorebord met een halve “e”. De “Heysel” is nooit het Koning Boudewijnstadion geworden. Het is krom en zal het blijven, de vervelende atletiekpiste wordt gelukkig weggezongen door Buffalo’s en Sporting boys and girls. Het hakje van Boussouffa en de balbeheersing van khalilou Fadiga maken de middag onvergetelijk. Het “prachtige mauve” van RSCA kleurt de straten, van de kwijlende vrouwen is géén spoor meer. De snelle midvoor is al naar huis.        

20:42 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |