15-02-08

DE ZONEN VAN DE ZEE

Ik houd van Oostende. Brussel in het klein. Ik pleeg er wel eens een weekend door te brengen met vrouw en kinderen. Telkens ik het rond punt oprijd aan de rand van de koningin der badsteden, moet ik aan Laurent Verbiest denken. Hij verloor er op zesentwintigjarige leeftijd zijn begenadigd leven.  Auto ongeluk. Verbiest is, volgens de overlevering, de meest sierlijke achterspeler van RSC Anderlecht ooit. “Lorenzo” was het prototype van de Sinibaldi-speler. Technische lefgozer. Altijd voetballen. Volgens Albert Roossens, destijds zijn voorzitter, speelde de Oostendenaar zoals Beckenbauer. Hij zou Alberto Di Stefano ooit zoek gespeeld hebben. Generatiegenoot Richard “De Hazewind” Orlans bevestigt zoveel lof. Orlans vervoegde RSC  Anderlecht op de gezegende leeftijd van 31 jaar. De rasechte Gentenaar belandde bij Anderlecht omdat hij jaren voordien een van de beste gastspelers van paarswit was. In juni 1956 vergezelde hij Sporting als A.R.A La Gantoise speler op een 22-daagse voetbaltrip. Paarswit speelde gastwedstrijden in Helsinki, Leningrad, Moskou, Kiev en Boekarest, om via Boedapest en Praag terug te keren. In volle koude oorlog. Orlans was in de vorm van zijn leven maar keerde na de exhibitiewedstrijden braafjes naar de Gentse stal terug. Vijf jaar later zou het wel lukken. En hoe. In een volgepakt Heizelstadion (64.694 toschouwers) schakelde paarswit, met Orlans, eerst de Europese Grootmacht Real Madrid uit, daarna C.D.N.A. Sofia om na de winterstop uitgeschakeld te worden tegen Dundee United. Toch zijn de jaren zestig synoniem voor de bevestiging van de ziel van paarswit: dwingend, technisch en aanvallend voetbal. Frans voetbal. Het voetbal van Pierre Sinibaldi. De Corsicaan, destijds trainer van de Luxemburgse nationale elftallen, werd aanbevolen door Albert Batteux, de coach van Stade Reims en de Franse Nationale ploeg. Sinibaldi zou als geen ander zijn stempel op de club drukken. Zes jaar lang. De method was even eenvoudig als duidelijk: talent zo jong mogelijk aanwerven en polijsten naar de huisstijl door een leger begaafde trainers, meestal ex-internationals. Paul Van Himst is het prototype van de Anderlechtse jeugdschool. Van Himst bood zichzelf aan, andere werden elders opgespoord. Tot ver buiten Brussel. Oostendenaars Wilfried Puis en Laurent Verbiest. Zonen van de zee. Orlans was een uitzondering op Sinibaldi’s zienswijze. Hij versterkte als oudere de bende jonge veulens en ontfermde zich over de twee kustjongens. De Gentenaar was de trotse bezitter van een eigen wagen, een anthracietkleurige Mercedes 180. Roossens had die voor een goed prijsje kunnen regelen. Hoewel de Anderlechtspelers destijds al goed betaald werden vergeleken met andere eersteklasseclubs, kregen jongelingen Puis en Verbiest een eersteklasse treinabonnement. De gewiekste straatjongens kochten een tweedeklasse abonnement, staken het verschil op zak, spoorden naar Gent en reden met Orlans naar Brussel. Na enkele maanden vroeg Orlans het duo een financiële bijdrage te leveren aan de benzinekosten. Puis betaalde onmiddellijk. Verbiest deed alsof zijn neus bloedde. Orlans herhaalde zijn vraag nog een keer met de dreiging dat Verbiest op zijn eentje naar huis moest zien te geraken. Zo gezegd, zo gedaan. Na de training reed Orlans zonder omkijken weg, met de bedremmelde Puis naast hem. Verbiest trok zich daar allemaal niets van aan en nam de trein naar Oostende, zonder couponnetje. Hij werd gepakt. Richard Orlans moet er nog steeds om glimlachen. “Verbiest was wereldklasse. Een brutaaltje” vertrouwt hij me toe “een lieve jongen, misschien een van de beste waar ik ooit mee speelde. Toen ik vernam dat hij verongelukt was, kon ik er niet bij. Ik was er kapot van. Zo jong. Wat een carrière zou hij niet gehad hebben?”.Vincent Kompany zou nog het meest op Verbiest lijken. Jammer dat hij op twee februari 1966 de trein niet nam.

20:47 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.