29-09-07

RAIN OF STARS

Het beste komt uit Brussel. Dit weekend vierde het huis van vertrouwen “Neuhaus” haar 150ste verjaardag. Apotheker-Farmacist Jean Neuhaus uit het Zwitserse Neuchâtel vestigt in 1857 zijn “Pharmacie” op het nr 21 van het eerste overdekt winkelcentrum van Europa, de Koninginnegalerij. Ze verbindt de Grasmarkt met de Warmoesberg en werd ontworpen door een Nederlander, archtiect Jan-Pieter Cluysenaer. Brussel waar werelds talent altijd welkom was. De pillendraaier uit de Jura wilde smakeloze medicamenten eetbaar maken voor zijn klanten door ze met chocolade en suiker te omhullen. Zijn zoon verzorgde in 1912 de complete overschakeling naar de exclusieve productie en verkoop van pralines. Echtgenote en operazangeres aan De Munt, Luisa Agostini, vond de “Ballotin” – pralinedoos - uit. De Koninginnegalerij, waar innovatie traditie wordt. Vooraanstaande Franse schrijvers als Alexandre Dumas, Victor Hugo en Paul Verlaine bezochten er de “Café De La Renaissance” – het huidige “Taverne du Passage” – waar het literair genootschap “Le Cercle Artistique et Litéraire” gevestigd was. Brussel intellectueel en cultureel hipper dan Parijs. De eerste filmvoorstelling van België vond plaats in de Sint-Hubertus Galerij. Delvaux, de befaamde leermaker, opende er, begin vorige eeuw, zijn eerste winkel. Op huisnummer 31. Het Brusselse Delvaux heeft intussen de wereld veroverd. Kunst en visionair urbanisme – de bouw van de Koninginnegalerij maakte meteen komaf met de stinkende en onhygienische labyrinth van steegjes –, gestuwd door creatieve handelaars zijn een voorbeeld geweest voor talloze andere wereldsteden. RSC Anderlecht, de Brusselse voetbalclub, is op dezefde leest geschoeid. Een vooruitziende Brusselse self-made man met een hart  voor voetbal, brouwer Constant Vanden Stock, ontfermt zich enkele decennia geleden over Royal Sporting Anderlecht. Hij had eerst in Brugge, bij Club, geprobeerd. Conservatisme en mercantiel immobilisme stuurden hem terug naar de hoofdstad. Mijnheer Vanden Stock haalde wereldvoetballers uit binnen-en buitenland naar Brussel en veroverde, tijdens de jaren ’70 en ’80, Europa. Anderlecht, waar werelds talent altijd welkom is. Na de wonderbaarlijke jaren komt de terugval. Men plooit noodgedwongen terug op de heimat. Kampioen spelen en aan een van de twee Europacup competitie mogen deelnemen, liefst de Champions League, is het hoogst haalbare. Sommige sporting vedetten die vroeger alléén als toeschouwer het stadion mochten betreden, maken in 2007 het mooie weer uit. De nummer 10, een prachtvoetballer, speelt bij wijlen krachtenloos met dadels in de short om de Ramadan honger te stillen. Op het meest cruciale moment van het seizoen. Persoonlijke overtuiging is vandaag belangrijker dan beroespernst en de liefde voor de club. Het klopt dat de internationale voetbalwereld is veranderd. We hebben de boot gemist.    Chocolaterie Neuhaus brengt ter ere van haar verjaardag de exclusieve reeks “Rain Of Stars” op de markt. Een assortiment van de beste pralines. In mei 2008 verjaart Anderlecht voor de honderste maal. Het uitgelezen moment voor een nieuwe “Rain of Stars”. Het beste zal spoedig weer uit Brussel komen.   

15:59 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: brussel |  Facebook |

23-09-07

ROYAL WHITE STAR EVERE

Een nieuwe wereld gaat open wanneer ik in het zonovergoten Sint-Job- In’t-Goor aankom. Een wereld van zorgvuldig gesteven en volmaakt gestreken uitrustingen, een sportparadijs met volmaakt onderhouden synthetische velden in een prachtig bos, waar middle-aged mannen pastelkleurige pull-overs dragen, nonchalant over de schouders geknoopt. Ze roken fijne cigarillos, aan hun zijde pronken volmaakt egaal getaande rimpelloze echtgenotes, de gespierde billen strak gespannen in designer jeans. Liposuctie en Botox worden hier niet verward met uitheemse vogelsoorten. De trotse ouders moedigen de kroost aan in het Hollands of Frans, een ijsgekoelde Chardonnay in de hand. De spelertjes dragen voornamen als Amaury, Bastin, Marie-Célie en Éléonore. De Royal Antwerp Hockey Club lijkt maagdelijk wit. De binding met de Meir en het Kiel is even onbestaand als die tussen Union St Gillis en Affligem. Op de parking staan luxewagens die onlangs voorgesteld zijn op de Autosalons van Frankfurt en Genève. In het clubhouse met parketvloer, hangen nieuwe flat screens waar zeilraces op uitgezonden worden. Digitaal. De barman lijkt op een filmster, alsof hij net uit de Paris-Match gestapt. We worden vriendelijk en beschaafd ontvangen. De préminiemen (kinderen geboren in 1999) van Royal White Star Evere moeten hun tweede competitiewedstrijd spelen tegen de leeftijdsgenootjes uit Antwerpen. Het contrast met onze club is groot. White Star beschikt over welgeteld één synthetisch veld van de eerste generatie voor negentien ploegen. De kleine en sympathieke kantine, bemeubeld met formica materialen, wordt gedeeld met de Tennisclub die een paar gravelterreinen en een oude “ballon” telt. De Brusselaartjes krijgen, bij aanvang van het seizoen, een eenvoudig rood wedstrijdshirt waar ze zelf voor moeten zorgen. Het shirt van mijn dochter en haar vriendinnetje zijn al zoek, die van de sterspeelster al roze uitgewassen. Elodie, onze coach, is ongedwongen en gedreven. Ze ontfermt zich benevool, met veel bezieling, over de préminiemen. Elodie is franstalig en studeert dit jaar af aan het Nederlandstalig Sint-Jozef college van Stevens-Woluwe. Ze twijfelt of ze volgend jaar aan de VUB of de ULB gaat studeren. De Brusselse meerwaarde. Beide trainers leiden samen de wedstrijd in goede banen. De pedagogische meerwaarde van de dubbele scheids is opmerkelijk. Elke fout wordt rustig uitgelegd door een vertrouwelinge. Bij twijfel lossen de volwassenen het beleefd onder elkaar op. Fair Play is dialoog. Ik hoor géén enkele schelpartij. Het contrast met voetbal is groot. Aanmoedigingen en beleving. Na de wedstrijd trakteer ik de coach en de meisjes, samen met de andere meegereisde vader, een echte hockey kenner. Volkoren broodjes met Noorse zalm zijn hier beschikbaar. We houden op chips en water. De thuisclub biedt hier géén bonnetjes aan de tegenpartij. Tijdens de verre rit naar Brussel eten mijn passagiertjes gretig hun boterhammen in de wagen. Kirrend en giechelend. De 1-4 overwinning smaakt zoet.    

14:27 Gepost door David Steegen in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hockey in brussel |  Facebook |

L'ENTENTE BRUXELLOISE

Alles is voorbij. De zomer is vervlogen en Brussel zal dit seizoen, sinds mensheugenis, géén Champions League wedstrijden mogen beleven. Jammer dat het “Fenerium”, de fanshop van Fenerbahçe in de Koningsstraat, niet méér bestaat. Het zou gouden zaken hebben gedaan. De verkoop van topschutter Mémé Tchité aan, godbetert, Santander moet het mislopen van naar schatting tien miljoen kampioenenbal euros goedmaken. De smaakmakers uit de Jupiler League gaan naar de kleine clubs uit de grote voetballanden.De transferperiode zit er sinds vorige vrijdag ook op. Sportief noodlijdende clubs als FC Brussels hoopten nog snel enkele goede zaken te doen. Zoals nuchtere huismoeders die op het einde van de solden nog snel even de Innovation en de C&A binnenlopen om in de laatste bakken te gaan snuffelen en graaien. De strategie liep gruwelijk mis. Gregory Dufer, op overschot bij Club Brugge, verkoos Luik boven Molenbeek en Sven Kums, veelbelovende jongeling van RSC Anderlecht moest, vanwege een oude twist tussen Johan Vermeersch en Herman Van Holsbeeck, aan de Theo Verbeecklaan blijven. Die andere Brusselse volksclub, Union Sint Gilloise, kreeg dan weer Siani grootmoedig in bruikleen van moederclub Anderlecht. “The Bhoys” – ik zal nooit aan de naam wennen -, de harde kern van Union, zal het niet graag lezen maar paarswit heeft wellicht hun geliefde gered. Siani is (belgische) top, een sierlijke voetballer. De eerste tekenen van een “Entente Bruxelloise”, mag ik hopen. FC Brussels mag tot dusver niet meegenieten van de embryonale vriendschap. Ruzies, onverzoenbare ego’s en misplaatste nostalgie naar lang vervlogen tijden staan vooralsnog een logische samenwerking in de weg. Economische werkelijkheid, visionnaire bewustwording en, wie weet, de staatshervorming zullen de Brusselse clubs dichter bij elkaar brengen. Feyenoord leende haar meest belovende jongeren jarenlang uit aan stadsgenoot Excelsior Rotterdam. Landgenoten Thomas Buffel en Gil Swerts werden er, als ruwe diamanten, geslepen. Feyenoord werd er veel beter van en Excelsior overleefde. Zo ver zijn we in dit gewest nog lang niet. De huidige Brusselse voetbalfolklore herinneren aan befaamde “no-cash” transfers. Dimitar Berbatov, de Bulgaarse steraanvaller van Tottenham Hotspur werd door CSKA Sofia bij zijn eerste club Pirin Blagoevgrad voor 20 paar voetbalschoenen “weggekocht”. Marius Cioara verkastte van UT Arad naar Regal Hornia in Ecuador in ruil voor 15 Kg...worst. Zo ver mag het in Brussel niet komen. Het is eigenlijk eenvoudig. De top bij Anderlecht, de jonge talenten ervaring laten opdoen bij FC Brussels en Union. Eendrachtig de opleiding verzorgen van Kompany’s opvolgers op basis van een éénduidend weloverwogen project dat we van de Hollanders afkijken. Bij lucratieve doorverkoop genieten de drie partijen van de opbrengst. Binnen tien à vijtien jaar spelen er Brusselaars bij Chelsea en Milan. Fusies hoeven er  niet aan te pas komen. Elkeen mag in zijn eigen kleuren blijven voetballen, op zijn niveau. Ook het delen van vernieuwde infrastructuur behoort tot de mogelijkheden. Brussel zou als model moeten dienen voor de twee andere regio’s. Eendracht Maakt Macht.

14:21 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: brussel |  Facebook |

02-09-07

ANDERLECHT A PARIS (verschenen in De Morgen van 31 Augustus 2007)

  De allereerste finale, verloren van Arsenal, (1971) is aan mij voorbijgegaan.De andere internationale triomfen heb ik bewust mogen meemaken, meestal ter plekke, live, samen met duizenden gelijkgestemden. Anderlecht, de top van Europa. Het is niet eens zo lang geleden. Wie dertig plus is, het voetbalspel liefheeft, voor of tegen RSCA is, weet en erkent het. Anderlecht heeft een beter palmares dans pakweg Chelsea. Constant Vanden Stock als stijlvolle Belgische versie van Roman Abrahamovic van de vorige eeuw. Ik was tien in 1976 toen Swatje Vanderelst – Mister Europe -  het West Ham van Frank Lampard senior wegtikte in het Heizelstadion, mijn achtertuin. De eerste Europese titel van mijn geliefd RSCA en de eerste overzeese hooligans in Brussel. De eerste internationale prijs van een Belgische club. Een jaar later, bittere tranen, roemloze ondergang tegen Hamburger SV. De verdomde Felix Magath en Kevin Keegan. De daaropvolgende finale, 1978, was de mooiste.  Robbie Rensenbrink en Gilles Van Binst vernederden de Pruisen uit Wenen, Austria, in het Parc Des Princes, heropgebouwd na baldadigheden van tuig uit Leeds het jaar voordien. Parijs ‘78 staat op mijn shortlist van mooiste en meest intense Sporting herinneringen. Ik was erbij, zwaaiend met vlag en wimpel, extatisch opgewonden, achter de moeder van rechtsback Jean Thissen. De dagen voor de wonderlijke finale dag vochten we om Rensenbrink te “zijn” op de speelplaats van het Atheneum van Koekelberg. Een boogscheut van de woonplaats van wijlen Raymond Goethals. “Anderlecht à Paris, le plus beau jour de ma vie” (op de tonen van een levenslied van Edith Piaf) werd tot in Parijs gezongen. Een wekenlange roes. De trip naar de lichtstad was een geschenk voor mijn plechtige communie. Drie Europa Cup finales op rij. Intussen haalde Anderlecht nog wat Supercups binnen, tegen Liverpool – dat Brugge geklopt had - en Bayern München. De jaren zeventig, toen Anderlecht op woensdagnamiddag, wegens géén verlichting, in het Oostblok moest voetballen tegen exotische traditieclubs als Carl Zeiss Jena en Steaua Bucarest, de club van vader Stoica en Lacatus. Alléén, getooid met mijn sjerp, in de living in het ouderlijke huis in Jette naar Sporting-ver-van-huis kijken en hopen. De seventies, Europees voetbal zonder shirt reclame. De serie finales werd in de jaren tachtig opgevolgd door nieuwe. De UEFA Cup tegen Benfica (1983) of de glans van Juan Lozano en het opportunisme van Kenneth Brylle voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik hoop dat ik nooit aan Alzheimer zal leiden. Tottenham Hotspur 1984 was pijnlijk. Ik zal, ondanks het leed, het hem nooit kwalijk nemen. De gemiste strafschop van Arnor Gudjohnsson. Anderlecht schakelde onder De Mos Barcelona uit, getraind door die andere betweter Johan Cruijff om te eindigen met een ietwat vergeten en verloren finale in Göteborg tegen Sampdoria Genoa. Het tijdperk van Vialli en Mancini, Versavel, Degryse, De Wilde en Emmers. Sporting en Europa, a match made in heaven. Het Internationale debuut van de piepjonge Luc Nilis, in het Olympia stadion. Het fluwelen doelpunt van Vincenzo Scifo tegen Nottingham Forest. Van die ref en die lening weet ik niets meer. RSC Anderlecht, assertief, stijlvol en hoofdtsedelijk. De introductie van de Champions League waar RSCA van in het begin bij mocht zijn. Méér dan deelnemen en enkele uitschieters zat er niet in. De bal tegen de lat van Johan Walem, thuis tegen AC Milan. De zegetocht in 2001, nog steeds als enige club de tweede ronde bereikt van het kampioenenbal. Shmeichel en Beckham met schaamrood terug Manchester gestuurd, Youla, de huurling van Lokeren, en zijn beslissend doelpunt in Eindhoven. Het doelpunt van Thomas Radzinski tegen Lazio Roma. Leeds United bleek te sterk voor paarswit in de historische tweede ronde, een geniale Alin Stoica ten spijt. Leeds is bankroet en speelt vandaag in de Engelse derde klasse. Het leed van Europees voetbal. Zoals de uitschakeling thuis, tegen KV Mechelen. De nietige Hongaren van Ferencvaros luidden de zwanenzang in van trainer Herbert Neumann, de rare Duitser. Het 6-1 verlies in Bernabeu. De rots van Dinant, Jacky Munaron, beweert vandaag nog steeds dat het volledige elftal vergiftigd werd door de Spaanse koks. De heenwedstrijd, thuis in het, toen nog, Emile Versé stadion eindigde op 3-1. Michel, Stieleke en Butragueno in Brussel weggespeeld. De recente nul op achttien is een schande maar géén trauma. Twee dagen na Fenerbahçe kan ik er nog steeds niet bij. Géén Champions League, het seizoen dat de koninklijke uit Brussel honderd jaar bestaat. Fenerbahçe. Wat heeft dat ooit gewonnen? Het meest ergerlijke is de budgetten vergelijking. Moeten we huiveren van grotere budgetten? Het houdt géén steek. Het slijt al. Ajax ligt er ook uit en Juventus speelde vorig jaar in de Serie B. Overwinteren in de UEFA cup en kampioen spelen.RSCA moet in stijl haar tweede eeuw in.          

22:11 Gepost door David Steegen in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

De Ballenjongen van RSCA

Cedric De Groote van nieuwkomer FCV Dender is met 1m75 de kleinste speler van de club. What’s in a name? Het andere blauwzwart scoorde na twee speeldagen drie doelpunten. De zoon van Eric Gerets, de Leeuw van Luik, is een van de drie doelpuntenmakers. Johan Gerets werkte prachtig af thuis tegen GBA, in eigen doel. Zo vader, niet de zoon. Dender trainer Jean-Pierre Vandevelde heeft ooit voor Standard Luik en Anderlecht gevoetbald. Méér valt er over de debutant in de Belgische voetbalelite niet te vertellen. Een vogel voor de kat. Dender SV is de zoveelste sympathieke club die na enkele verliespartijen snel zal gaan vervelen. Volgend seizoen zijn we met z’n allen vergeten dat ze ooit in “eerste” voetbalden. Alléén de huidige kernspelers en hun kleinkinderen hebben er wat aan. SV Dender is een irritante speling van het lot. Ze doen me denken aan Hollandse clubs als Cambuur Leeuwaarden en FC Omniworld, aan het Franse FC Gueugnon, het Italiaanse Monza en het Engelse Crewe Alexandria. Allesbehalve voetbalelite. Dender in de Jupiler League is als de Bermuda Islands op het Wereldkampioenschap.  Een club van ballenrapers. Ballenrapers zijn esssentieel voor topvoetbal. Laatst ging ik kijken naar RSC Anderlecht tegen Sporting Lokeren Oost-Vlaanderen, ondanks de wereldse voetbalman Georges Leekens, even artificieel als Surimi in de Noordzee. Haal de mecenas en bandengigant Lambrecht weg en Lokeren voetbalt in derde. Soit. Ballenrapers. Lokeren kwam om niet te verliezen. Het hoofdvak der Belgen. Geen erg. Het slopingswerk loonde. Méér dan twintigduizend paarswitte supporters betalen een fortuin om elftallen als Lokeren te zien verdedigen. Dat verdedigen is niet het punt, wel het tijdwinnen. Boubacar Copa, de bezoekende keeper, kon bij elke uittrap méér dan twee minuten tijd stelen. Er waren immers géén ballenrapers in het Constant Vanden Stock stadion.   Daniel Passarella, beenharde leider van het Argentinië van 1978 en de eerste Argentijn die ooit de wereldbeker in handen had, speelde twee jaar voor FC Internationale Milano (1986 -1988). “El Capitan” speelde ooit een sleutelwedstrijd  in een vol San Siro, tegen  erfvijand en stadiongenoot AC Milan. Omdat hij de bal niet snel genoeg kreeg van het Milanees ballenjongetje schopte hij hem krachtig de lucht in. Moord en brand werd geschreeuwd in de voetbalgoegemeente. Ten onrechte. Wat bezielde dat kliertje? Daniel Passarella had gelijk. Het gaat om topvoetbal.De schande van Lokeren. Géén ballenjongens? Miljoenen aan transfers uitgeven maar een essentieel detail uit het oog verliezen, de ultieme tempo bepalende schakel van een wedstrijd uitschakelen: de ballenraper, de dertiende macht van elk thuiselftal. Anderlecht wil aansluiting met de Europese top. Toch een optie nemen op Cédric De Groote volgend seizoen. Als ballenjongen. Hij is er groot genoeg voor. 

22:03 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rsca |  Facebook |

FC BRUSSELS

Lokale Verankering is het leitmotiv van FC Brussels. De band met  Brussel wordt inniger.  Als we niet opletten wordt de Meybuum binnenkort gepland op het kruispunt van de Mettewie met de Gentse Steenweg. Voorzitter Johan Vermeersch haalde alvast een man uit eigen gouw binnen. De nieuwe assistent is Brusselser dan Manneken Pis, de tiende bol van het Atomium. Bovendien is Eddy de Bolle cosmopoliet. Afrika, méér bepaald Ivoorkust, is zijn specialiteit. Hij werkte jarenlang voor Beveren. De man van Sint-Agatha Berchem kan ten allen tijde inspringen indien de Fransman zou (moeten) vertrekken. Eddy is een kampioen, met RWDM in 1975. Hij voetbalde ook voor Anderlecht. De Bolle zou moeten overnemen in oktober, waarschijnlijk al september. Die andere ket, Kapitein Haydock, in Ukkel geboren, is na een lange blessure verrezen. Ze zijn zeldzaam, de Haydocks van deze wereld. Mannen uit een stuk, gedreven door trots, wilskracht en dankbaarheid voor het mooiste beroep ter wereld. Alan Haydock geeft zich eerstdaags op voor een managementsopleiding aan de Vlerick hogeschool. Hij zal slagen.    Alan Haydock zal berekenen dat, als één honderste van het miljoen Brusselse inwoners een seizoenskaart neemt, FC Brussels dan bijna volmondig Brussels genoemd kan worden. Tienduizend bovenop de huidige tweeduizend abonnees. Hoe mooi zou dat niet zijn? De BXL Boys XXL. Ellelange files op de kleine en grote ring op wedstrijddagen. Europees voetbal. Eerst intertoto, dan UEFA en daarna méér. Wie weet? Binnen enkele jaren doemen de eerste petities op van verzuurde buurtbewonders, grimmig protesterend tegen zoveel voetbaloverlast. Ik kan spontaan een beeld oproepen van Johan Vermeersch, intussen grijzer en ronder geworden, gewichtig geflankeerd door sportieve en commerciële directeurs, assertief schrijdend, op weg naar een audientie bij de Brusselse gezagsdragers om een visionair futuristisch stadionproject te bespreken. De nationale en internationale camera’s zijn erbij, de lokale hadden zich helaas van dag en uur vergist. Het stadion met uitschuifbaar dak, inschuifbare atletiekpiste – FC Brussels is een omnisportverenging geworden -, Olympisch Zwembad naast de kleedkamers, een sporthal onder de tempel en een modern kantorengeheel annex winkelcentrum aan zuid- en noordzijden wordt besproken. Alternerend voetballen in een gezamenlijke voetbaltempel met broer Anderlecht, in Schaarbeek, wordt briesend van tafel geveegd. Ook Union wil hulp bieden. De goede bedoelingen uit Vorst (of is het Sint-Gillis?) worden stilzwijgend weggegeeuwd. Vermeersch dreigt. Hij oppert een verhuis naar het buitenland, de Natie Vlaanderen (NV). De N.V. is, na twaalf staatshervormingen en evenveel hevige schermutselingen in de straten van Brussel, inmiddels onafhankelijk geworden. De jongens van de Brusselse harde kern zijn woedend en draaien, bij wijze van protest, hun rug vernederend lang naar de eretribune tijdens een thuismatch tegen de ambitieuze fusieclub FC GAG (Groot Antwerpen Germinal). Ze heffen een Brusselse versie van de Marseillaise aan. Bart De Wever, Minister-President-Generaal-der-Natie-Vlaanderen, zit naast Johan Vermeersch in de eretribune. Hij kan het tafereel niet smaken en verlaat misnoegd het stadion. Op de (te kleine) parking moet hij uren wachten voor hij kan vertrekken. Het hoofd der parkingwachters, officieel “fleet parking manager”, de kleinzoon van Eddy De Bolle, weigert grijnzend de nummerplaten van de blokkerende auto’s af te roepen. FC Brussels blijft in Brussel. Voor altijd. Toch eerst even de werkelijkheid trotseren, Nul op Zes. Punten pakken en de witte merel, Pavel Fort, spelgerechtigd krijgen. De tijd dringt.

22:01 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fc brussels |  Facebook |