25-07-07

JOAO HAVELANGE

Ik liep gisteren een dag lang in de voetsporen van Evaristo, Zico, Rivelino, Didi, Vava, Socrates, Zico, Romario, Branco, Cerezo, Junior, Edmundo, Ronaldo, Garrincha en Pelé. Negen uur gespendeerd in het "Estadio Mario Filho" ofte het "Maracana", epicentrum van alle voetbal. Voor de VIP ingang staan twee grote wandfoto's van de grootste, de beste Braziliaanse voetballers allertijden. Er is ruimte voor nog meer fresco's. Kaka staat er ook tussen. Als enige met het blauwe truitje. Voor de levensgrote afbeeldingen, op de grond, tegels, ronde naamplaten van oude en huidige glorieën met hun voetstappen erbij, voor de eeuwigheid in beton gegoten. De voeten van Romario zijn klein. Voetballers met kleine voeten zijn beter. Die van Garrincha zijn kinderachtig. Groot voetballer. Ik voelde me als een katholiek met een VIP Pasje voor het Vaticaan. Brazilianen weten hun Goden te eren.

 
Mario Filho, een journalist, naar wie het het sacrale voetbalhuis genoemd is, wint de prijs voor de mooiste voetbalquote: "het is moeilijker om de liefde voor een voetbalteam te beeindigen dan het stoppen met het liefhebben van een vrouw" . Ik mocht op het veld, het gras. Tot een rare Braziliaan - hoewel ik alle mogelijke pasjes en accreditaties in mijn bezit had - mij tierend van het heiligdom verjaagt. Mijn aarzelende "I am the nefew of Pol Van Himst" haalde niets uit. We zijn hier niet op SCUP Jette. 'S avond de halve finale (Vrouwen) Brazilië - Mexico aanschouwd.
2 - 0. Maracana halfvol. Mooi naief voetbal. "Marta", de nummer 10 van de Oestrogeen-Selecao, is Ronaldinho met (mini) borsten en ruimte. Zeëen.
In de tribunes was het zo mogelijk boeiender. Samba dansende deernes. Niet altijd mooi, wel zwoel. Mannen bewegen complexloos mee. Ik kan ze geen ongelijk geven. Evenveel rythme op het veld als ernaast. Flamengo, Vasco, Botafogo, Santos, Recife...alle clubs magistraal naast elkaar. Hier zou ik ook naar vrouwenvoetbal gaan.
 
Ik heb een kort interview van de verantwoordelijke voor het onderhoud van het heiligste gras afgenomen. Mijn eerste vraag "hoe voelt het om de belangrijkste job ter wereld te hebben?" wordt beantwoord met een stralende lach. Zonder woorden. "Wie is de beste voetballer die je hier ooit heb zien voetballen? " Antwoord: "Felipe van Flamengo". Opzoeken bij thuiskomst, noteer ik in schrift. Wat een stad. Alles, zo niet heel veel, in het teken van het voetbal en sport. In alle wijken, alle straten zijn er veldjes waar voortdurend op gevoetbald wordt.  
 
Gisteren is het Futsal (zaalvoetbal) toernooi begonnen. Normaal géén Pan Am discipline maar omdat de Brazilianen hier heel goed in zijn is het per grote uitzondering éénmalig ingevoerd. Land naar mijn hart. Pure magie gezien (ik zie alle voetbal in HD). FC Fidel met 8-0 naar huis gestuurd. De Cubanen hadden misschien honger. De bewegingen van de Carioca-ster, Falcao (jawel net als de voormalige AS Roma speler) zijn onbeschrijfelijk. Ik heb zin om hem na te doen op een pleintje, zoals vroeger, na het aanschouwen van Gerald Vanenburg.
 
Deze morgen heb ik Mister Joao Havelange mogen interviewen. One-On-One in prachtig, lijzig Frans. De ontmoeting vindt plaats in zijn statig, erg luxueus kantoor downtown Rio. Op het 21ste. Met huispersoneel. In de vergaderzaal enkele uitgestalde geschenken en foto's mogen bewonderen. Het bord van de "Royal Belgium Football Association" is opmerkelijk. Op het kleinood, in reliëf, "ons" bondsgebouw dat, o zo belgisch, lijkt op een uit haar voegen gebarste bungalow maar toch wel opvalt naast die rare Chileense schaal. De foto met Clinton en protégé Sepp Blatter, de oorkondes van ongeveer alle universiteiten van de wereld ademen autoriteit en erkenning uit. Joao Havelange, aan wie ik bijna een volledig hoofdstuk gewijd heb in "De Zomer van Mexico '86" is een statig man van 91, scherp van lichaam en geest (hij zwemt elke morgen een uur) rijgt de wijsheden aan elkaar. Wanneer ik hem herinner aan zijn Luikse roots, straalt hij. Een groot man. Niet van het soort dat de Marseillaise begint te zingen als de Belgen spelen. Michel D'Hooghe krijgt lof wegens de Casa Hogar. Ik vraag hem om goede raad. Het Belgisch voetbal moet gered worden. De grootmeester stuurt ons richting Congo. "Une ancienne colonie avec qui vous entretenez des liens étroits. Ils ont faim, ils veulent sortir de la pauvreté. Ils sont plus agiles, il ne sont pas comme nous mais il y a là un réservoir énorme de bons joueurs qui pourraient avoir la double nationalité" Timmy Simons zal het graag horen. Dat we niet aan Congo gedacht hebben? "vous êtes peu, 10 millions, la Hollande puise bien au Suriname, pourquoi pas la Belgique au Congo?" voegt hij snel toe. Mbokani Rode Duivel?
   
Zijn verklaringen over het voetbalbeleid (en sportbelied in het algemeen) zijn wijs "la passion est une chose, la gestion une autre". Hij somt de inkomsten van al "zijn" WK's op, in Euro's en dollars. Quel homme. Na afloop vraag ik of ik met hem op de foto mag. "Evidemment. l'honneur est tout pour moi".  En passant krijg ik nog een compliment voor mijn puike research. Ik antwoord, bijna hoogmoedig, dat dat niet echt nodig was gezien mijn liefde voor het spelletje (en passant vermelding van  boek) . Joao van Luik glimlacht lief, minzaam en bijna nederig. "Vous serez ici toujours chez vous". Nu mag ik stralen. Ik houd van de statigheid. Ik denk even aan het WK '78, toegewezen aan Videla, van beroep dictator (van Argentinië). Onder het River Plate Stadion in Buenos Aires, (een van de WK tempels destijds), net onder de kleedkamers, bevonden zich de grootste martelkamers bestemd voor dissidenten en opposanten. De Nederlanders hebben zelfs even geopperd niet naar Zuid-Amerika af te zakken. "La Passion est une chose, la gestion une autre". Ach, Argentina gaf de slangenmens (Rensenbrink) aan de wereld. Rotpaal.
Havelange, smaakvol, strak in het pak, hoopt 2010 (WK Zuid-Afrika) te halen. Nog een paar lengtes.
 
Morgen, als God het belieft, draai ik een portret van CR Flamengo, home of Zico, Tostao, Zagallo, Bebeto en Junior. Zo niet vergaap ik me aan de Futsal. Als dat niet lukt, loop ik achter ontbrekende tapes aan.
 
 
 
 

00:12 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joao havelange |  Facebook |

22-07-07

Flamengo

Ben in Rio de Janeiro aangekomen. De koning der Carioca's heeft me aan de chaotische luchthaven opgepikt. David Wilson Santos is 27, hij studeerde af als socioloog en is "fixer/driver/vertaler". Hij woont zelf in een armenwijk. Zijn vrouw speelde mee als actrice in "City of Angels". Hij beweert dat zijn wijk veilig is omdat een "goede" drugbende voor de goede gang van zaken zorgt.

 

We leven, in België, in het land van melk en honing. Ik ontdek op het web dat Leterme, onze toekomstige Premier, de "Marseillaise" verwart met "ons" volkslied "De Brabançonne". 

Cureghem in Brussel (de gevaarlijkste in Belgenland, naar verluidt) is Disneyland vergeleken met de Favella's van Rio.  Elke Braziliaan kent zijn volkslied. 

 

Rio is raar. Boeiend. Elk wijk heeft een andere geur. Hoe armer, hoe meer stank. "look" zegt David, die opvallend op wereldvoetballer Kakà lijkt, "de favella on your right is where Romario was born and grew up. Romario played for my team, Flamengo. My wife's team is Botafogo. What will I do with her? At least she doesn't support Vasco De Gama. they are shit. Man, I hate them so much...If I can, I drive around their stadium."

 

Ik houd van David Wilson Santos. 

 

Ik ben hier om mee gestalte te geven aan de producties van Euro1080 die dagelijks een aantal High Definition zenders de lucht instuurt. Alfacam, het zusterbedrijf, "capteert" de Pan American Games. Ofte de Olympische Spelen der America's. Méér dan 700 uur topsport gecapteert door Belgische Know How. We mogen fier zijn.

 

De regering heeft een aantal hypermoderne stadions neergepoot te midden de armoede. Speciaal voor de Games. Geen kat weet wat ermee zal gebeuren na afloop van de Pan Am's.

 

Intussen: overal voetbal, dag en nacht, buiten en binnen.

 

Morgen komt een droom uit: ik ga naar MARACANA. (voor de vrouwenfinale voetbal. Beter dan niets) 

 

 

 

18:14 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: rio de janiero |  Facebook |

19-07-07

Roberto Benigni in Oostende

Een jaar getrouwd (15/07/06). Er is veel veranderd sinds de mooiste dag van mijn leven. Privé gaat alles voor de wind. Professioneel stilaan ook.

Mijn blog is bijna even oud, ik nader de 365 dagen. 

Om te vieren trokken we dit weekend naar het andere Brussel, de Koningin der Badsteden, Oostende. De stad aan de kust is een schoolvoorbeeld van stadsmarketing. Er gebeurt altijd wat. We voelen er ons thuis. Dat vertelde ik enkele dagen eerder aan volksvertegenwoordiger en Oostendenaar Bart T.. Hij straalde, denk ik.

Dankzij onze fijne vriendinnen Trui en Pascale is onze integratie vlekkeloos verlopen.

 

Opwarming vrijdag in Café D’Ostende, mijnplein. Tussen “Achiel” en mijn geliefd "Pica Pica", vorig weekend brutaal verraden. Iets gegeten, wat bijgepraat en ontroerd Anna, onze oudste, gade geslaan die onmiddellijk geadopteerd werd door kelner Olivier. Een figuur. De beste “garçon” ter wereld. Immer vriendelijk, hartelijk en grappig. Hij deelt krijt uit aan de kinderen om het plein op te smukken, trekt zo nu en dan de stekker van het springkasteel – door alle terrashouders gefinancierd -, tot groot jolijt van ouders en kinderen ...Hij loopt en praat als Roberto Benigni (La Vita è bella) en heeft een gouden hart.

 

Na afsluiten van de zware werkdag rijdt hij enkele rondjes met de overgebleven kinderen op zijn mobilette. Zijn bazin is van Bradford. Lovely Sharon. Oostends met tongval uit Yorkshire en omgekeerd.

Haar echtgenoot is al even hartelijk.

Intussen speelt Buscemi alles wat zich DJ durft te noemen naar huis en delen de volwassenen veel menselijke warmte op het terras. Wereldtop.

 

Voor de ingewijden: Jürgen beheerst de drukte, Wim observeert, Pascale doet de ronde van de Horeca en laat zich feesten, Trui bewaart het overzicht,  Brusselse Didier en Tine genieten verrast mee van zoveel latijnse taferelen in West-Vlaanderen en sluiten de avond met ons af. De bubbels in de hand. Voor minder doen we het niet (voor de Keppie).

 

Zondag is hoogdag. De beste vader van de wereld – Ev. – is op bezoek. Hij komt even tot rust. Stoom afblazen in moeilijke tijden. Fietsen met mannelijk nageslacht en vervolgens op het strand genieten met de vrouwen. Girl Power onder de tien Jaar Anna, Aimé en Min spelen het strand plat en beleven de dag van hun leven.

Zusje en Greg komen er wat later bij. Pascale en Armande ook. Harmonie. Bij valavond, voor de derde keer, naar het beste terras van Oostende: café D’O. (ex aequo met Pica Pica). Trui komt erbij.

En Wolf, hij geniet. Misschien wordt even onvergetelijk voor hem als voor ons. bewondering.

 

Wat zie ik iedereen graag. Keppie op kop.

 

La Vita è bella. 

22:39 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: oostende paradise |  Facebook |

Royal Nord

Tijdens de julimaanden van mijn kindertijd speelden we “Tour De France”. We verzamelden ’s ochtends en vertrokken om heuse tourritten te racen in de Brusselse straten en ver daarbuiten. Voor de eerste op de Grote Markt als apotheose van drie weken wielergenot. Ik reed, als enige, op een “Royal Nord”, de anderen op een rode of oranje “Ludo”. De fietscultuur was nog niet trendy. Mijn wielerhelden heetten Moser en rivaal Saronni, Merckx, Sercu en Fondriest. Franse – die lelijke paardestaart van Fignon - en Nederlandse renners – melkmuilen met een metalen brilletje - konden mij niet bekoren en toen later de eerste Amerikaan, Lemond, de dienst begon uit te maken, doofde mijn interesse stilletjes uit. ’s Namiddags gingen we voetballen en ’s avonds keken we naar de aankomst op TV.

Ik volg de Tour nog steeds, met een half oog. De schoonheid van de wielersport onderkennend, tracht ik mij over te laten aan de heroïek van Pozzato, Boonen en hun collega’s. Ze mogen allen, zonder uitzondering, op mijn eerbied rekenen. Een prachtsport, de ploegsport der individualisten. Vraag maar aan Steegmans.

Vandaag vertaalt mijn belangstelling zich in het ongeduldig afwachten van de wekelijkse en, naar mijn gevoel, superieure column in “De Morgen” van sportschrijver Hans Vandeweghe. Een echte persoonlijkheid. Een allrounder. Hij houdt oprecht van vele sporten. Vandeweghe is een van de laatste onafhankelijke journalisten. Goede banden met sommige atleten en andere sport- en media mensen hebben weinig of géén invloed op zijn schrijfsels. Hij opinieert moedig. De Gentenaar is eigengereid. Ik betrap er mij op dat de praatbarakken van Carl Van Nieuwkerke (één) en Mart Smeets (NOS) volledig aan mij voorbijgaan. De nieuwsflashes van het avondjournaal en de publicaties van Vandeweghe volstaan ruimschoots. Enkele jaren geleden kreeg ik nog een koersoprisping dankzij de enige Brusselse wielerprof sinds mensheugenis (Eddy Merckx), Koen De Koker. Géén kampioen maar een mooie atleet.

Dit weekend ging ik fietsen. Twee maal 43 kilometer. Horden wielertouristen kruisten mijn fietspad. Zestigjarige afgetrainde fanatici met geschoren benen, West-Vlaamse “treinen” zoefden mij geruisloos voorbij aan onwelvoeglijke snelheden. Lijden is eenzaam. Ronald Waterreus, voormalig sluitstuk van PSV Eindhoven en Oranje was liever wielrenner geweest. Het is louterend, het maakt het hoofd leeg. Jan Ceulemans maalde maandenlang, bijna dagelijks, honderden kilometers om zijn wrede verwijdering bij Club Brugge te verwerken. Franky Van Der Elst is er ook aan begonnen, samen met Willy Wellens. Yves Vanderhaeghe fietst zich te pletter om zijn conditie aan te scherpen. Gino Gylain, commercieel manager van FC Brussels is een taaie Flandrien. Dat komt van pas bij het werven van fondsen voor FC Brussels. Fietsen wendt depressies af en sterkt de ziel. 

Ik zal fietsen tot 3 augustus, de dag van KV Mechelen – RSC Anderlecht.     

22:26 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tour de france |  Facebook |

SCUP JETTE

Ik heb voetbalschool gelopen bij SCUP Jette, Sporting Club Union Progrès aan de Tentoonstellingslaan. Ik speelde er van mijn tiende tot mijn twintigste. Een heerlijke tijd. Mijn eerste trainer was de vader van Daniël Renders, de huidige assistent van Franky Vercauteren. “Monsieur Renders”, streng en rechtvaardig. Een man van weinig woorden. “Lange (ik was groot toen ik klein was), ik zet aa oep de libero. Défènse. Quand tu as la balle, wegshotte en sumpel spèile”. Mijn eerste officiële wedstrijd, op een regenachtige zaterdag in september (1976) thuis tegen Anderlecht, verloor ik met 0-17. Tranen met tuiten gehuild. Vader ving me op zoals het hoort. “Gij hebt nog veel te leren gij. Hebt ge nog huiswerk?”. Hij draaide zich om, ik slikte mijn tranen in en we gingen over tot de orde van de dag.

De eerste echte levensles. Er komt altijd een volgende wedstrijd. Goed dat mijn bescheiden voetbaloopbaan met een ontgoocheling begon. Ik groeide uit tot een pleintjesvoetballer met veel inzet. We speelden ontelbare partijtjes in het Boudewijn park, op het grote grasveld in de tuinen van “Tyteca” ofte “Clinique Sans Souci” aan de Dieleghemse steenweg, tegenvover het ouderlijk huis. Theater, een intrigerend rollenspel. “wij zijn Inter Milaan of neen, wacht, Nottingham Forest”. Na de Engelse “Cup Final”, de belangrijkste wedstrijd van de wereld, troepten we samen en herspeelden de wedstrijd. “Ons” Tottenham – Queens Park Rangers van 1982 staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. De epische duels werden abrupt afgebroken door de duisternis, ruzie, een woedende moeder, een gebroken ruit of een politiepatrouille. SCUP Jette vervolmaakte de vorming. We werden gehard, leerden samen winnen en veel verliezen, ambitie - vechten voor een plaats in de basiself is niet makkelijk -, nobele principes als solidariteit en wederzijds respect wars van afkomst, taal , rangen en standen, werden al voetballend bijgebracht. SCUP, en alle amateurclubjes van de wereld, staat gelijk met authentieke sociale mix.  Daar kan géén overheidsprogramma tegenop. Drie Brusselse Vlamingen – eigenlijk twee en een halve - Ik heb een Italiaanse moeder, een Vlaamse vader, sprak thuis nederlands en liep school in het frans - twee licht ontvlambare Italianen, een zevental Franstaligen, “Tshikke” onze Congolees, “Anneet” onze métis en enkele passanten vormden de kern van tien jaar samenhorigheid. Rasechte Brusselaars. Niet één speler woonde in de Dansaertstraat. Technisch voetbal ook. Grootstedelijk. “Poorten/Petit Ponts” (de Bal vernederend tussen de benen van de tegenstander spelen) was soms belangrijker dan scoren. De “lopers” gingen al gauw aan atletiek doen. Op een grauwe zondagmorgen in november afreizen naar het onherbergzame Pamel om er elf stevig uit de kluiten gewassen Denderzonen met een gezonde blos op de wangen te bekampen vergt training, techniek en discipline. Welkom waren we nooit. “Brussel”, het francophone oord des verderfs. Normenloze betweterige dikke nekken. We bleven immers altijd voetballen, assertief en arrogant, de atletische aanslagen ten spijt. We sloegen altijd terug. Letterlijk.

Onze zwarte speler werd ooit in Asse uitgescholden voor “vuile neger”. De hoogblonde dader ging er heimelijk vanuit dat “Tshikke” géén nederlands verstond. Hij had hem niet gehoord. Enkele minuten later slofte ik naast het schriele valsaardje met de blauwe ogen, ver weg van de actie, en fluisterde hem enkele bedreigingen toe, in het frans, om hem helemaal uitzinnig van woede te krijgen. Het manneke begon te schoppen en werd algauw uitgesloten. Terwijl ik kermend als een volleerde Uruguayaan op de grond wriemelde, moest het ventje zich gaan douchen. Hij liep me met een machteloze blik voorbij, ik toverde een zelfgenoegzame hatelijke glimlach tevoorschijn. Van oor tot oor. De ref had het gezien. Ik kreeg geel. Hij vroeg mijn naam. “cklmnnx” mompelde ik. “Kan u dat even spellen? ”. “C-K-L-M-N....” begon ik. De maat was vol. Ik kreeg onmiddellijk rood, achteraf zes weken schorsing en een straftraining bovenop.

Voetbal vormt.     

22:24 Gepost door David Steegen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jette |  Facebook |

De vibrator van Olliver K. en Michael B

De profclubs trainen weer. De eerste kleine voetbalverademing. Binnenkort verschijnen de officiële elftalfoto’s. Enkele dagen geleden ving ik een glimps op van het nieuwe shirt van Club Brugge. Club heeft een nieuwe kledingsponsor. Blauwzwart wordt weer géén kampioen. Het shirt is te lelijk. 

Ondertussen wordt er hard getraind en somtijds zelfs wat gevoetbald tegen onbeduidende provincieclubjes.  FC Brussels speelde al eens gelijk (3-3) op Ternat. Moeilijke verplaatsing, veel testspelers. Het stelt nog niets voor, de voorbereiding is nog lang. Ik blijf op zoek naar echt voebalnieuws. Tijdens het meestal frustrerend dagelijks ritueel, botste ik op een opmerkelijk bericht over de ex-trainer van Union St Gilloise, Joe Tshupula. Hij is onlangs vrijgesproken van verkrachting. De rechter gaf hem, bij gebrek aan bewijzen, het voordeel van de twijfel, twee zelfmoordpogingen van de aanklaagster ten spijt.

Voetbal en Gerecht onderhouden een innige band. Meestal wordt rechtspraak ingeroepen bij banale geschillen als geld en scheidingen, toch leidt het barokke universum der voetbalgoden bijwijlen tot erg originele geschillen. Zo werd de rebelse Braziliaanse woelwater Romario enkele jaren jaren geleden veroordeeld tot het betalen van een forse schadevergoeding aan het nationale trainersduo Mario Zagallo en Zico. Beide zijn iconen, untouchables. Ze hadden het aangedurfd om Romario uit de Seleçao te verwijderen voor het Wereldkampioenschap ‘98 in Frankrijk. De eergevoelige Romario zinde op blinde wraak. Hij liet de WC-deuren van zijn “Café Do Gol Sports” beschilderen met twee veelzeggende cartoons. De ene stelde een schijtende Zagallo voor en de andere een naakte Zico, toiletpapier in de hand. De deuren werden in beslag genomen.

Ernstiger zijn de akelige afluisterpraktijken van het bestuur van FC Internazionale Milano en sponsor Telecom Italia. Onlangs gaf Inter Voorzitter, multimiljardair en olie tycoon Massimo Moratti, toe dat hij in de periode 1999-2005 niet alléén de telefoon van steraanvaller Christian Vieri had laten afluisteren maar hem ook regelmatig had laten volgen. “Spooks” in Lombardije. Christian Vieri spande een rechtszaak in en eiste 14 miljoen euro morele schadevergoeding. Of hij ze gekregen heeft, weet ik niet. Het gerecht is traag op het schiereiland.

Olliver Kahn en Michael Ballack, Germaanse voetbalsterren, Teutonen die even sympatiek zijn als ze eruit zien, daagden de erotische winkels “Beate Uhse” voor het gerecht. Naar aanleiding van het WK in Duistland vorige zomer, bracht het bedrijf twee vibrators van 17 cm op de markt. De welluiddende modellen “Ollie K.” en “Michael B.” verkochten als zoete broodjes. Het succes was van korte duur. De op hun pik getrapte sterren konden zo veel eer niet smaken. De tuigen werden uit de handel gehaald en ze kregen 50.000 euro schadevergoeding. 17 Cm zou vele mannen met trots vervullen.

Duisters en humor, het komt nooit goed.

Ik snak naar voetbal. Nog vijf weken.

      

22:19 Gepost door David Steegen in voetbal | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vibrator |  Facebook |