05-05-07

Klein Brussel

Na de strapatsen van het Anderlechts gemeentebestuur twee weken geleden, werd ik getroffen door intense droefheid en nostalgie. Het “David Platt” gevoel, naar de schaamteloze Brit die de Rode Duivels (WK ’90) met een gruwelijk oneerlijk en onvergetelijk mooi doelpunt naar huis schopte. Onherroepelijk en verlammend wreed. Jacques Simonet en zijn wijkcomiteetje hebben het Instituut Royal Sporting Club Anderlecht nu voorgoed uit de gemeente verjaagd. Ach, het comiteetje verdient de club niet meer. RSCA is de gemeente decennia geleden ontstegen. Anderlecht heeft Europa veroverd. Wereldvoetballers- en trainers hebben het gras van de heilige grond van het Astrid Park vereerd met bovenmenselijke voetbalkunst. Van Himst, Rensenbrink, Cruyff, Sinibaldi, Lozano, Vervoort, Jankovich, Vercauteren, Raymond Goethals, De Bree en Ruiter, Nielsen, Arnesen, Beckham en Giggs, Stankovich, Raï, Socrates, Antognoni en Signori, Lampard, Terry, Scifo, Kompany, François Van der Elst, Butragueno en Michel, Rep, Kaka en Maldini. De club wordt immer uitgenodigd om galawedstrijden tegen de Koninklijke uit Madrid te spelen. Het merk Anderlecht is bekender dan het merk Brussel, het amalgaam van negentien wijkcomiteetjes. Ach, Arsenal speelt ook niet meer in Arsenal. Waar maak ik me eigenlijk druk om?  

Toch zal ik het Lindenplein missen. En Michou van La Coupe aan de Théo Verbeecklaan, het enige echte Sporting museum.

Aan de hand van mijn vader opgaan in de kolkende paarswitte massa, in het tijdperk der mannen in trenchcoats, supporters met wollen mutsen met pompon, lange, door liefhebbende moeders, dochters en zusters liefdevol gebreide sjaals, de verwondering aan het supporterskraam van Santo Stefano, de dikke siciliaan. Daarna friet en een half uur voor de match “vak P” op, Papa’s hand vastklemmend. De massa gelijkgestemden had iets dreigends. De aftrap gegeven door meter Anny Cordy, de volkse Laekense  die lichtstad Parijs had verleid met het Brussels levenslied.  Ook voor eeuwig gegrift in het collectief geheugen: de scherp klinkend “Pontiac Tic Tac” en “Toyota, toyota, een formidabele wagen” reclame en de marskapel voor de wedstrijd. Na de match vliegensvlug naar huis rijden in de witte Peugeot 504 of was het toen al de beige Citroën CX? In stilte luisterend naar een bezwerende Jan Wauters afgewisseld met interviews met allerlei mensen die voor eeuwig mijn voetbalsmaak zouden bepalen. Thuis aangekomen nemen we de televisie in beslag en vergapen we ons aan de samenvattingen. Vader en zoon. Moeder gaat zuchtend naar bed. De volgende ochtend met verkleumde voeten voetballen met Sporting Club Union Progrès Jette tegen Denderzonen Pamel. Ik waan me Robbie Renensbrink, later Jankovich. Die had ook een dik gat. Ik heb het tenminste mogen beleven.

Binnenkort is het Constant Vanden Stock verlaten, de rest van het grondgebied gedoemd tot de inzichten van Jacques Simonet en oppositieleider Walter VDB, de volksmenner van de tweeduizend handetekeningen der verzuurden. Jammer dat Jan Matterne er niet méér is. Jo De Meyer (Simonet) en Romain De Coninck (Walter VDB) in het kijk-en luisterspel het “Dapperheidspleintje”.

Vanaf heden zondag op de N.I.R..

19:01 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: klein brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.