27-04-07

Entente Bruxelloise

Argentinië-Brazilië vriendschappellijk in Brussel? Waarom niet? Het is een gewoonte geworden in de ons omringende landen. De trend is ingezet door Londen omdat vele topvoetballers voor Europese grootheden voetballen. Het bespaart de federaties dure reiskosten, langdurige afwezigheden en het brengt veel geld op. Doorslaggevend zijn de hypermoderne nieuwe stadions van pakweg Arsenal, Wembley en le Stade de France (Parijs). Deze evenementen zijn een wezenlijk onderdeel van de citymarketing van de organisatoren.    

Helaas, Brussel is een wereldstad zonder werelds stadion. De voetbalkathedraal van RSC Anderlecht is verouderd. Het zielloze Heyzelstadion (”Koning Boudewijn” is nooit ingeburgerd) was sfeervol voordat de Liverpoolse barbaren Laken aandeden op 29 mei 1985. De zoete romantiek van de vriendschappellijke wedstrijden op leven en dood tegen Nederland, mèt Christian Piot in doel en Raymod Goethals op de bank in één avond vernietigd. Daarna volgden droge, zielloze verbouwingen. We hebben 39 redenen om het definitief te vernietigen en een nieuwe ultramoderne en multifunctionele sporttempel neer te zetten. De tempel zonder weerga zal als een fenix over de stad waken. De Heyzel bruist immers maar een avond per jaar, tijdens de Memorial Van Damme. Het is ooit anders geweest.

Het eerste stadion van Racing Brussel, aan de Ganzenvijver in het poepsjieke Ukkel, is historisch. De oudste tribune van het land pronkt er nog steeds (1902). De allereerste interland van het vastenland (1904), België-Frankrijk (3-3),  werd er gespeeld voor 1500 toeschouwers. Van stadsmarketing gesproken. Racing Hockey Club werkt er haar thuiswedstrijden af en zamelt geld in om het stukje sportpatrimonium te restaureren. In 1946 verhuisde voetbalclub Racing naar het Drie Linden Stadion aan de Nymphenlaan in Watermaal Bosvoorde. Het is surreel, de Heizel in het klein, met perfect onderhouden staanplaatsen, maar liefst 40.000. Het megalomane Racing kreeg het maar zelden volgevoetbald, behalve op 11 november 1948 toen de Brusselse Entente met 0-3 de boot in ging tegen Torino.

Union St Gilloise voetbalt achter een geklasseerde gevel (1919). Union, elf maal kampioen van België, de ex-club van o.m. Jan Verheyen (vader van), speelde ooit voor 36 000 toeschouwers (1936) tegen Standard CL (4-1 astaamblèèft). De ex-club van Jos Smolders, Georges Leekens en heel even Rik Coppens, voetbalde in het Josaphatpark, Schaarbeek. Crossing was begin jaren zeventig een degelijke eersteklasser. Vandaag mag FC Kosova Schaarbeek in het mooie maar verloederde stadion (1914) spelen. Het stadion figureert in de Jaco Van Dormael’s filmklassieker en meesterwerk “Toto Le Héros”. Uccle-Sports, vandaag Ukkel-Léopold, was net voor en na de oorlog een erg populaire voetbalvereniging. Verfijnd, technisch voetbal, op maat van de Brusselse volksaard lokte dichte drommen supporters naar Neerstalle, gebouwd in 1936. Het veld, met een van de eerste drainage systemen, dateert van 1919.

In afwachting van een Brusselse Wembley, kan Onthaal en Promotie Brussel alvast stad(ion)wandelingen organiseren. Eerste halte: Le Vivier D’Oie in Ukkel.     

22:54 Gepost door David Steegen in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.